Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 3.27 WSF

Geldt sinds 1 januari 2026

Beëindiging reisrecht 1 Het reisproduct wordt door RSR stopgezet op verzoek van Onze Minister of de student op uiterlijk de tiende kalenderdag van de maand waarin: a.de aanspraak op het reisrecht is beëindigd; of b.het reisproduct op grond van artikel 3.24, tweede of vierde lid, is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld. 2 Indien gebruik is gemaakt van het reisproduct na het moment, bedoeld in het eerste lid, aanhef, is degene aan wie het reisrecht is toegekend aan Onze Minister per halve kalendermaand een bedrag verschuldigd van, naar de maatstaf van 1 januari 2019: a.€ 75,00 per 1 januari 2026: € 96,09 voor zover het de eerste en de tweede halve kalendermaand betreft; en b.€ 150,00 per 1 januari 2026: € 192,21 voor zover het de derde en daaropvolgende halve kalendermaanden betreft. 3 De eerste helft van een kalendermaand loopt tot en met de vijftiende dag van die maand. 4 De opbouw van de bedragen, genoemd in het tweede lid, vangt aan op het moment dat sprake is van één van de situaties genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, waarbij voor de eerste halve kalendermaand waarin € 75,00 verschuldigd is uitsluitend wordt gekeken naar het gebruik van het reisproduct tijdens de elfde tot en met de vijftiende dag van die maand. 5 Er is geen bedrag verschuldigd over de halve kalendermaanden waarin geen gebruik gemaakt is van het reisproduct. 6 Indien een student na het beëindigen van zijn aanspraak op het reisrecht opnieuw een reisrecht toegekend heeft gekregen, is na het beëindigen van het laatst toegekende reisrecht wederom sprake van een eerste halve kalendermaand, als bedoeld in het tweede lid, onder a. 7 Het tweede lid is niet van toepassing op een periode waarin het degene aan wie het reisrecht is toegekend, aantoonbaar niet kan worden toegerekend dat het reisproduct niet tijdig is stopgezet. 8 Het reisproduct wordt stopgezet op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze. 9 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze van beëindigen van het reisrecht, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de niet-toerekenbaarheid, bedoeld in het zevende lid, moet worden aangetoond.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:932Rechtbank Amsterdam, 3 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Verweerder heeft aan eiseres een ov-schuld opgelegd. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Weliswaar is de uitschrijving van een student een zaak tussen de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3845Rechtbank Midden-Nederland, 1 juli 2025 (bestuursrecht)

    Wsf 2000, oplegging OV-schuld voor gebruik van studentenreisproduct. Het besluit bevat een gebrek, toepassing van art. 6:22 Awb. Verweerder mocht uitgaan van de uitschrijving zoals die door de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:6508Rechtbank Amsterdam, 23 oktober 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Studiefinanciering. Beroep ongegrond. DUO kon stufi terugvorderen en ov-schuld opleggen ivm gebruik reisproduct. Eiser stond niet ingeschreven in ROD. De in- en uitschrijving als student is een zaak…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1927Centrale Raad van Beroep, 18 oktober 2023 (socialezekerheidsrecht)

    OV-schuld ingehouden op lening die aan appellant is uitbetaald.

  • ECLI:NL:RBLIM:2023:1881Rechtbank Limburg, 14 maart 2023 (bestuursrecht)

    Eiser moet ov-schuld betalen. Het is namelijk eisers verantwoordelijkheid om op de hoogte te zijn van (het einde van) zijn recht op studiefinanciering en van de gevolgen van wijzigingen in zijn…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:7323Rechtbank Limburg, 28 september 2022 (bestuursrecht)

    Eiser moet ov-schuld betalen. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om het studentenreisproduct tijdig stop te zetten en daar geen gebruik meer van te maken als hij daar geen recht meer op heeft.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:4695Rechtbank Den Haag, 18 mei 2022 (europees civiel recht)

    Verstekzaak. Ambtshalve toetsing rechtsmacht. Invordering schuld studiefinanciering, bestuursrechtelijke geldschuld. Brussel 1-bis Verordening (EU) nr. 1215/2012 is materieel van toepassing. Er is…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:4480Rechtbank Den Haag, 6 mei 2022 (bestuursrecht)

    “OV-schuld terecht vastgesteld. Dat eiser een belangrijke voorwaarde voor toepassing van de verlenging van het reisrecht over het hoofd heeft gezien dient voor rekening en risico van eiser te…

47 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.