Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 3.9 WSF

Geldt sinds 1 januari 2026

Berekeningsgrondslag veronderstelde ouderlijke bijdrage beroepsonderwijs 1 Maatstaf voor de bepaling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage is het toetsingsinkomen van de afzonderlijke ouders van de mbo-student in het peiljaar. 2 Op het toetsingsinkomen in het peiljaar wordt in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 1 januari 2014 gelijk aan € 16.736,64 per 1 januari 2026: € 23.152,70. Indien één van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een mbo-student die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven, blijkens de basisregistratie personen slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien het in het peiljaar een ouder zonder partner betreft en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de tweede volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 1 januari 2014 gelijk is aan € 21.204,43 per 1 januari 2026: € 29.333,26. 3 Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het toetsingsinkomen in het peiljaar en de vrije voet in het toekenningsjaar. 4 Op het bruto kortingsbedrag, bedoeld in het derde lid, worden in mindering gebracht: a.de ingevolge paragraaf 6.1 vastgestelde termijnbetalingen over een jaar of, indien dit minder is, de berekende draagkracht indien de ouder tevens debiteur is; en b.€ 363 voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of van artikel 2, derde tot en met vijfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget valt. 5 Een twaalfde deel van het bedrag dat na de toepassing van het vierde lid resteert, is de berekeningsgrondslag per maand voor een ouder van de veronderstelde ouderlijke bijdrage. 6 Indien een kind waarvoor de aftrek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, heeft plaatsgevonden, onder de werking van deze wet gaat vallen, wordt met ingang van het tijdstip waarop dit kind onder de werking van deze wet gaat vallen, de veronderstelde ouderlijke bijdrage, bedoeld in het vijfde lid, opnieuw berekend. 7 Het zesde lid is niet van toepassing op een mbo-student die uitsluitend een reisvoorziening bedoeld in artikel 4.6b toegekend heeft gekregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1248Parket bij de Hoge Raad, 31 oktober 2025 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 31 oktober 2025 inzake: 24/00068 ECLI:NL:PHR:2025:1172 en 24/01956 ECLI:NL:PHR:2025:1173

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3268Rechtbank Noord-Nederland, 17 april 2026 (bestuursrecht)

    Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). Herziening van de hoogte van de aanvullende beurs. De minister heeft de veronderstelde ouderlijke bijdrage terecht vastgesteld op basis van het ouderlijk…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:7088Rechtbank Rotterdam, 2 augustus 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Wsf 2000. Berekening aanvullende beurs. Toetsingsinkomen. Peiljaar.

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:2697Rechtbank Noord-Nederland, 12 juli 2024 (bestuursrecht)

    Varia. Wsf 2000. Beroep tegen wijziging van aanvullende beurs en tegen de daaruitvolgende terugvordering. De hoogte van de aanvullende beurs hangt af van de hoogte van het inkomen van de ouders van…

  • ECLI:NL:CRVB:2017:2709Centrale Raad van Beroep, 2 augustus 2017 (socialezekerheidsrecht)

    De minister heeft bij de vaststelling van de berekeningsgrondslag van de veronderstelde ouderlijke bijdrage van de vader van appellant terecht geen rekening gehouden met een kortingsbedrag voor het…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BW9487Centrale Raad van Beroep, 27 juni 2012 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening toelage studiefinanciering als gevolg van een gewijzigde vaststelling van de ouderlijke bijdrage. De Minister heeft de ouderlijke bijdrage in overeenstemming met de voorgeschreven wijze…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BV0718Centrale Raad van Beroep, 6 januari 2012 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling ouderlijke bijdrage. De Minister heeft over de studietijdvakken 2006 en 2007 voor beide ouders de eindbedragen vermeld van de berekening die artikel 3.9 van de Wsf 2000 voorschrijft.…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BK5210Centrale Raad van Beroep, 20 november 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage van appellant voor zijn kinderen. Het bestreden besluit is in strijd met de wet. Bij dit besluit is anders dan in het besluit is vermeld niet de…

17 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.