Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 2.5 WSF

Geldt sinds 1 augustus 2020

Aanspraak 1 Een mbo-student heeft geen aanspraak op studiefinanciering indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar. 2 De aanspraak op studiefinanciering van een mbo-student als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a of b, die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken geen lessen of beroepspraktijkvorming heeft gevolgd, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de instelling de afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, aan Onze Minister heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 3 De aanspraak op studiefinanciering vervalt over het tijdvak waarover een mbo-student de gegevens, bedoeld in artikel 4.19, niet verstrekt. Zolang hij deze gegevens over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij ontbrekende gegevens alsnog levert, herleeft de aanspraak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2008:BC2170Centrale Raad van Beroep, 4 januari 2008 (socialezekerheidsrecht)

    De gevolgde opleiding is terecht aangemerkt als een deeltijdse opleiding waardoor betrokkene geen aanspraak kon maken op studiefinanciering.

  • ECLI:NL:CRVB:2007:BB7639Centrale Raad van Beroep, 9 november 2007 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking studiefinanciering in verband met deeltijdse beroepsopleiding waarvoor geen recht op studiefinanciering is. Terugvordering. Overgangsregeling. Redelijke uitlooptermijn? Zorgvuldigheid?

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.