Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 3.26 WSF

Geldt sinds 1 april 2023

Aanvang reisrecht; omvang van rechten 1 Het reisrecht vangt aan op het moment dat de student overeenkomstig artikel 3.25 het reisproduct heeft gekoppeld aan de drager. 2 Het reisrecht wordt naar keuze van de student toegekend als weekreisrecht of weekendreisrecht. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van verkrijgen van het reisrecht en de omvang van de aan de soorten reisrecht, bedoeld in het tweede lid, verbonden rechten. Daarbij worden tevens voorschriften vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop en de termijn waarbinnen de student de keuze tussen soorten reisrecht dient te maken en met betrekking tot de aanvraag tot herziening door de student van een gemaakte keuze in soorten reisrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:3200Rechtbank Den Haag, 21 maart 2019 (bestuursrecht)

    In de onderhavige zaak is wegens het niet tijdig stopzetten van het reisrecht een ov-schuld opgelegd. De rechtbank stelt vast dat een nieuw systeem is ingevoerd waarbij technische mogelijkheden…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:3201Rechtbank Den Haag, 21 maart 2019 (bestuursrecht)

    In de onderhavige zaak is wegens het niet tijdig stopzetten van het reisrecht een ov-schuld opgelegd. De rechtbank stelt vast dat een nieuw systeem is ingevoerd waarbij technische mogelijkheden…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:3202Rechtbank Den Haag, 21 maart 2019 (bestuursrecht)

    In de onderhavige zaak is wegens het niet tijdig stopzetten van het reisrecht een ov-schuld opgelegd. De rechtbank stelt vast dat een nieuw systeem is ingevoerd waarbij technische mogelijkheden…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.