Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 3.2 WSF

Geldt sinds 1 september 2022

Samenstelling maandbudget mbo-student 1 Het budget voor een mbo-student voor een kalendermaand is het totaal van: a.een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, b.een tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld, en c.een reisvoorziening. 2 Dit budget kan worden verhoogd met een toeslag voor een eenoudergezin ingevolge artikel 3.5. 3 De tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld wordt voor een mbo-student vastgesteld op een twaalfde deel van het op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet geldende bedrag van het lesgeld. Het bedrag van de maximale aanvullende beurs, bedoeld in de artikelen 3.13, eerste lid, 3.16 en 3.18, wordt voor een mbo-student verhoogd met het bedrag van de tegemoetkoming. 4 De tegemoetkoming, bedoeld in het derde lid, wordt niet toegekend voor het studiejaar waarin de mbo-student de leeftijd van 18 jaren bereikt. 5 In afwijking van het eerste lid bestaat het budget voor een mbo-student die in aanmerking komt voor levenlanglerenkrediet alleen uit dat krediet. 6 De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:154Parket bij de Hoge Raad, 26 februari 2015 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft bij de aangifte IB/PVV voor het jaar 2009 een bedrag van € 4.200 ter zake van uitgaven voor levensonderhoud van zijn, op 17 juni 1982 geboren, studerende zoon in aftrek gebracht.…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BQ7320Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2011 (belastingrecht)

    Artt. 6.13, lid 1, 6.1, lid 3, Wet IB 2001; dienen ter leen ontvangen bedragen van een studerend kind in aanmerking te worden genomen bij de bepaling van de hoogte van de bijdrage van een ouder…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BB7843Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2008 (belastingrecht)

    Normbedragen van ander kalenderjaar niet meegenomen in vergelijking, art. 6.29, lid 1, Wet IB 2001.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:4561Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering; gezien de omstandigheden had het college in dit geval via art. 4:84 moeten afwijken van het beleid en de mogelijke lening bij DUO buiten beschouwing…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:4973Rechtbank Noord-Nederland, 10 december 2024 (bestuursrecht)

    Varia. Wsf 2000. Beroep tegen de hoogte van de aanvullende beurs. De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder de hoogte van de aanvullende beurs correct heeft vastgesteld, maar het besluit is…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:1532Centrale Raad van Beroep, 26 april 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Overgangsregeling WWIK. Terugvordering. Vaststaat dat appellant en S ten tijde in geding een gezamenlijke huishouding voerden. Dit brengt mee dat ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WWIK bij de…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BW7526Centrale Raad van Beroep, 5 juni 2012 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering overbruggingstoeslag per 1 juli 2009 en toekenning overbruggingstoeslag van € 60,-- per maand met ingang van 1 februari 2010. De door appellante gevraagde bijzondere bijstand ter…

  • ECLI:NL:RBBRE:2010:BL1617Rechtbank Breda, 13 januari 2010 (bestuursrecht)

    Op de bijstandsuitkering dient het inkomen uit studiefinanciering in mindering te worden gebracht. De wetgever heeft hiertoe in artikel 33, tweede lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) een…

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.