Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 12.14 WSF

Geldt sinds 1 januari 2026

Cohortgarantie studievoorschot voor ho-studenten aan een bacheloropleiding, masteropleiding, ongedeelde opleiding of opleiding duplex ordo 1 Op een ho-student die vóór 1 september 2015 stond ingeschreven aan een bacheloropleiding, masteropleiding of ongedeelde opleiding of die onderwijs volgde volgend op een opleiding gericht op een levensbeschouwelijk ambt of beroep als bedoeld in artikel 7.5c, derde lid, WHW, en die studiefinanciering toegekend heeft gekregen voor een opleiding in het hoger onderwijs, blijven de volgende artikelen, zoals die luidden op 31 augustus 2015, voor de nominale duur van die opleiding van toepassing: a.van hoofdstuk 1, de artikelen 1.1 en 1.5; b.van hoofdstuk 2, de artikelen 2.13, eerste lid, 2.16, tweede lid, en 2.17; c.van hoofdstuk 3, de artikelen 3.1, eerste en tweede lid, 3.6, en paragraaf 3.3, met uitzondering van artikel 3.10, tweede lid; en d.hoofdstuk 5, met uitzondering van artikel 5.9, eerste lid, en artikel 5.16, derde lid, waarbij voor «prestatiebeurs hoger onderwijs» wordt gelezen: prestatiebeurs; e.van hoofdstuk 9, de artikelen 9.1b, 9.9 en 9.9a. 2 In afwijking van artikel 3.18 gelden voor de thuiswonende onderscheidenlijk uitwonende ho-student die overeenkomstig het eerste lid studiefinanciering toegekend heeft gekregen de volgende bedragen per maand, naar de maatstaf van 1 januari 2014: thuiswonende uitwonende a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van artikel 3.18 € 633,44 per 1 januari 2026: € 859,63 € 833,22 per 1 januari 2026: € 1.130,77 b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 € 100,25 per 1 januari 2026: € 136,07 € 279,14 per 1 januari 2026: € 378,82 c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 € 237,46 per 1 januari 2026: € 334,37 € 258,35 per 1 januari 2026: € 362,76 d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 € 295,73 per 1 januari 2026: € 389,19 € 295,73 per 1 januari 2026: € 389,19 3 Artikel 6.2a is niet van toepassing op het afronden van een opleiding waarvoor de debiteur overeenkomstig het eerste lid studiefinanciering toegekend heeft gekregen. 4 Voor de debiteur met een schuld uit een lening die is ontstaan door verstrekking van studiefinanciering overeenkomstig het eerste lid, wordt de lening aangemerkt als een lening beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, tenzij artikel 10a.1 van toepassing is. 5 Indien een debiteur als bedoeld in het vierde lid ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijs geen basisbeurs toegekend heeft gekregen voor een masteropleiding of voor onderwijs volgend op een opleiding gericht op een levensbeschouwelijk ambt of beroep als bedoeld in artikel 7.5c, derde lid, WHW, kan de lening worden aangemerkt als een lening hoger onderwijs als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, indien de debiteur vóór aanvang van de aflosfase, maar na 31 december 2016, daartoe een aanvraag indient. 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met het oog op een goede uitvoering van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:3358Rechtbank Rotterdam, 14 maart 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Artikel 12.14 van de Wsf 2000. Afwijzing van het verzoek om de studieschuld af te lossen op grond van het betalingsregiem met een aflosfase van 35 jaar (SF35).

  • ECLI:NL:RBROT:2023:11655Rechtbank Rotterdam, 12 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Wsf 2000. Afwijzing aanvraag om over te stappen naar de terugbetalingsregels vanaf 2018.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:13617Rechtbank Rotterdam, 2 november 2021 (bestuursrecht)

    Wsf 2000. Afwijzing om over te stappen naar de terugbetalingsregels vanaf 2018.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:930Centrale Raad van Beroep, 8 maart 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling bedrag studiefinanciering. Appellant valt onder het nieuwe leenstelsel en de cohortgarantie is niet van toepassing. Het feit dat appellant vóór 1 september 2015 studiefinanciering heeft…

  • ECLI:NL:RBNNE:2016:2567Rechtbank Noord-Nederland, 20 mei 2016 (bestuursrecht)

    Eiser valt niet onder de zogenoemde cohortgarantie van artikel 12.14, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), nu eiser niet voor 1 september 2015 stond ingeschreven in het hoger…

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:1194Rechtbank Den Haag, 10 februari 2016 (bestuursrecht)

    Stufi zaak

  • ECLI:NL:RBGRO:2001:AD8049Rechtbank Groningen, 27 augustus 2001 (socialezekerheidsrecht)

    OV-schuld krachtens art. 32f, derde lid WSF niet aan te merken als een bestuurlijke boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie maar herstelmaatregel die reperatoir van aard is. Recht op…

  • ECLI:NL:RBASS:2001:AE2300Rechtbank Assen, 17 augustus 2001 (socialezekerheidsrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.