Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 10a.6 WSF

Geldt sinds 1 april 2020

Vaststelling en aflossing termijnbetalingen 1 Rente en aflossing van de lening vervallen gedurende de aflosfase in maandelijkse termijnen. 2 De hoogte van de maandelijkse termijnbetalingen wordt op basis van het aantal maanden van de aflosfase onderscheidenlijk het nog resterende aantal maanden van de aflosfase tot gelijke bedragen vastgesteld bij de aanvang van: a.het eerste jaar van de aflosfase, b.het vierde jaar van de aflosfase, en c.ieder vijfde jaar na het vierde jaar van de aflosfase. 3 Onverminderd artikel 10a.7, eerste lid, bedraagt het totaal per jaar te betalen bedrag aan maandelijkse termijnbetalingen ten minste € 545,–. 4 Rente en aflossing van de lening van een debiteur die in het buitenland woont, vervallen, in afwijking van het eerste lid, gedurende de aflosfase in jaarlijkse termijnen. Indien die debiteur zich voor het einde van een jaartermijn metterwoon in Nederland vestigt, wordt hij tot het einde van die jaartermijn behandeld als een debiteur die in het buitenland woont. De artikelen 6.4 en 6.6 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. Op aanvraag van een in de eerste volzin bedoelde debiteur besluit Onze Minister dat de rente en aflossing van de lening niet vervallen in jaarlijkse termijnen maar in maandelijkse termijnen. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de vaststelling en betaling van de termijnbetalingen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2023:2186Centrale Raad van Beroep, 22 november 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling maandelijks aflosbedrag studieschuld met een resterende duur van 104 maanden van de aflosfase. In wat appellante heeft aangevoerd heeft de minister geen aanleiding hoeven zien om onder…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:280Centrale Raad van Beroep, 15 februari 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Aangevallen uitspraak 1: Vaststellen bedrag ter aflossing van de studieschuld. De minister heeft het maandelijkse aflossingsbedrag van de studieschuld in overeenstemming met de bepalingen van de Wsf…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:1796Centrale Raad van Beroep, 21 juli 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Omdat het toetsingsinkomen van appellant over 2018 ten tijde van de besluitvorming nog niet bekend was, moest de minister, gelet op artikel 10a.8, achtste lid, van de Wsf 2000 daarvoor in de plaats…

  • ECLI:NL:CRVB:2013:2595Centrale Raad van Beroep, 27 november 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling van het maandbedrag ter aflossing van de studieschuld. Gebleken is dat appellante feitelijk niets betaald heeft. Appellante heeft dan ook geen belang meer bij een uitspraak van de Raad.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.