Wet luchtvaart

WLV

Huidige tekst

Artikel 8.31 WLV

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak met betrekking tot luchthavens schade veroorzaakt, is titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht alleen van toepassing op de toekenning van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van die wet die wordt veroorzaakt door het vaststellen of wijzigen van een luchthavenindelingbesluit of luchthavenverkeerbesluit.

  2. 2

    Een aanvraag om schadevergoeding wordt ingediend binnen vijf jaar nadat de desbetreffende bepaling van het luchthavenindelingbesluit of luchthavenverkeerbesluit in werking is getreden.

  3. 3

    Voor de toepassing van dit artikel bestaat schade als bedoeld in artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht alleen uit inkomens- of omzetderving of waardevermindering van een onroerende zaak.

  4. 4

    De aanvrager heeft het risico van het ontstaan van de schade, bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, aanvaard als: a.een regel die is gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, wordt gewijzigd of beëindigd door een luchthavenindelingbesluit of luchthavenverkeerbesluit of de wijziging daarvan, b.gedurende een periode van ten minste drie jaar voorafgaande aan het luchthavenindelingbesluit of luchthavenverkeerbesluit of de wijziging daarvan van de mogelijkheden die de regel biedt geen gebruik is gemaakt, en c.na het verstrijken van de periode, bedoeld onder b, de benadeelde ten minste een jaar voor de bekendmaking van het luchthavenindelingbesluit of luchthavenverkeerbesluit of de wijziging daarvan is gewezen op het voornemen tot wijziging of beëindiging van die regel.

  5. 5

    Van schade die bestaat uit waardevermindering van een onroerende zaak, wordt vier procent aangemerkt als behorend tot het normale maatschappelijke risico als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  6. 6

    Van de aanvrager heft Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een recht ten bedrage van € 500. De aanvrager wordt gewezen op de verschuldigdheid van het recht en wordt medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangegeven rekening moet zijn bijgeschreven. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven, wordt de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest. Indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist, stort Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat het betaalde recht terug.

  7. 7

    Afdeling 15.1 van de Omgevingswet blijft buiten toepassing voor zover de belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2021:1314Raad van State, 23 juni 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 4 mei 2017 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van [appellant sub 2] om vergoeding van schade als gevolg van het Luchthavenbesluit Lelystad afgewezen.…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1238Raad van State, 9 juni 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 16 januari 2019 heeft de besliscommissie van het Schadeschap luchthaven Schiphol de aanvraag van Sugar City om vergoeding van schade als gevolg van het Luchtvaartindelingsbesluit van…

  • ECLI:NL:RBMNE:2020:1427Rechtbank Midden-Nederland, 2 april 2020 (omgevingsrecht)

    Toekenning nadeelcompensatie Lelystad Airport. In deze uitspraak gaat de rechtbank in op de gehanteerde vergelijkingsmaatstaf, de toename van geluid, de waardering van onbebouwde agrarische gronden…

  • ECLI:NL:RVS:2018:1959Raad van State, 13 juni 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 maart 2015 heeft de staatssecretaris, mede namens de minister van Defensie, het verzoek van [appellant] om compensatie van nadeel door toegenomen geluidhinder door burgerluchtvaart…

  • ECLI:NL:RBNHO:2018:2618Rechtbank Noord-Holland, 22 maart 2018 (bestuursrecht)

    Afwijzing aanvragen om vergoeding van schade als gevolg van de inwerkingtreding van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol in 2003, 2004 en 2008 (Lvb 2003, Lvb 2004 en Lvb 2008). Tevens verzoek om…

  • ECLI:NL:RBNHO:2017:6698Rechtbank Noord-Holland, 8 augustus 2017 (omgevingsrecht)

    Gegrond beroep van ruim honderd bewoners van wijken in Hoofddorp-Noord over schadevergoeding in verband met de wijziging van het bestemmingplan “Schiphol-West en omgeving” waardoor de aanleg van de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2017:6700Rechtbank Noord-Holland, 8 augustus 2017 (omgevingsrecht)

    Gegrond beroep van een bewoner van Hoofddorp-Noord over schadevergoeding in verband met de wijziging van het bestemmingplan “Schiphol-West en omgeving” waardoor de aanleg van de Polderbaan op…

  • ECLI:NL:RBOBR:2017:1944Rechtbank Oost-Brabant, 4 april 2017 (bestuursprocesrecht)

    Nadeelcompensatie. Eiser, eigenaar van twee woningen in de nabijheid van Eindhoven Airport, heeft verzocht om vergoeding van de schade die hij zegt te lijden door (geluids)overlast van vliegtuigen.…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.