Wet luchtvaart

WLV

Huidige tekst

Artikel 7.4 WLV

Geldt sinds 29 november 2006

  1. 1

    De luchtvervoerder en de exploitant van luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen (PbEU L 138) hebben een verzekering die voldoet aan de artikelen 4, 6 en 7 van voornoemde verordening.

  2. 2

    Met betrekking tot niet-commerciële diensten van luchtvaartuigen met een MTOM van 2700 kg of minder bedraagt de verzekeringsdekking ten minste 100 000 BTR per passagier.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:163Parket bij de Hoge Raad, 7 januari 2020 (strafrecht)

    Economische zaak. Met vliegtuig landen op luchthaven Lelystad, terwijl verdachte niet beschikt over geldig bewijs van luchtwaardigheid van vliegtuig en geldig bewijs van bevoegdheid en zijn vliegtuig…

  • ECLI:NL:GHAMS:2018:5200Gerechtshof Amsterdam, 24 augustus 2018 (strafrecht)

    Economisch strafrecht. De verdachte heeft de strikte regelgeving voor het luchtvaartverkeer, die mede ziet op de veiligheid van de luchtvaart, met voeten getreden hetgeen het hof de verdachte kwalijk…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.