Wet luchtvaart

WLV

Huidige tekst

Artikel 8.32 WLV

Geldt sinds 30 augustus 2017

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een regeling vaststellen inzake het treffen van geluidwerende voorzieningen ten aanzien van in de regeling bepaalde woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen voor zover die gebouwen vanwege het luchthavenluchtverkeer een geluidbelasting kunnen ondervinden die ligt boven de in de regeling vastgestelde maximale waarden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2010:BO4854Raad van State, 24 november 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 5 december 2007 heeft de minister bepaald dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht aan de woning van [appellant] in het kader van het derde geluidsisolatieproject…

  • ECLI:NL:RVS:2010:BK8950Raad van State, 13 januari 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 19 december 2007 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) een verzoek van wijlen [naam] om de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 aldus te wijzigen dat…

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6940Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2009 (bestuursrecht)

    Verzoek tot wijziging van de berekeningsmethodiek van de geluidscontour als bedoeld in RGV 1997 is verzoek tot wijziging van de RGV 1997 zelf. Algemeen verbindend voorschrift.

  • ECLI:NL:RVS:2007:BB1759Raad van State, 15 augustus 2007 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 januari 2005 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de Minister) geweigerd de woning van [wederpartij] te isoleren tegen vliegtuiglawaai.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.