Wet luchtvaart

WLV

Huidige tekst

Artikel 3.21 WLV

Geldt sinds 1 januari 2016

  1. 1

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van de houder, respectievelijk Onze Minister van Defensie kan ambtshalve ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze paragraaf gegeven regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

  2. 2

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie trekt de ontheffing in, wanneer: a.de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen, of b.de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:253Raad van State, 1 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 mei 2014 heeft de staatssecretaris een door [appellant] op 15 mei 2015 per e-mail ingediende aanvraag om hem ten behoeve van zijn luchtvaartuig met registratie [...] (hierna: het…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.