Wet luchtvaart

WLV

Huidige tekst

Artikel 11.16 WLV

Geldt sinds 17 september 2025

  1. 1

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van: a.artikel 5.14c of 5.14d, eerste lid; b.artikel 4, zesde, achtste en negende lid, en artikel 13, vierde en vijfde lid, van de verordening voorvallen; c.artikel 8.19, 8.20, 8.21, 8.70, tweede lid, juncto de artikelen 8.19 tot en met 8.21, 8.77, tweede lid, juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in artikel 8.23, 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.23 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.23; d.artikel 7.5 of van een maatregel als bedoeld in artikel 8.22, 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.22 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.2; e.het bepaalde bij of krachtens: 1°. Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 259/91 (PbEU L 46); 2°. Hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij en tot intrekking van artikel 9 van richtlijn nr. 2004/36/EG (PbEU L 344); 3°. Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU L 204); 4°. artikel 21, tweede lid, van de onderzoeksverordening en 5°. artikel 8a.52, voor zover de nadere regels betrekking hebben op het gebruik van «slots» als bedoeld in artikel 2, onder a, van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van «slots» op communautaire luchthavens (PbEG 1993, L 14); 6°. artikel 6, derde lid, van Verordening (EU) 2023/2405.

  2. 2

    Een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom kunnen tezamen worden opgelegd.

  3. 3

    De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste: a.500 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; b.1 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de verordening voorvallen; c.100 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; d.1 000 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d; e.74.000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, met uitzondering van subonderdeel 5°; f.2.000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, achtste en negende lid, en de rapportageplicht bedoeld in artikel 13, vierde en vijfde lid, van de verordening voorvallen; g.670 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 5°; h.het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 6°.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2020:53Rechtbank Noord-Nederland, 8 januari 2020 (omgevingsrecht)

    Handhaving Groningen Airport Eelde, Omzettingsregeling luchthaven Eelde, overtreding, handhavingsbeleid, waarschuwing, beroep gegrond met in stand laten rechtsgevolgen.

  • ECLI:NL:RBLIM:2018:4130Rechtbank Limburg, 1 mei 2018 (bestuursprocesrecht)

    De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg oordeelt dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft kunnen besluiten niet handhavend op te treden tegen het gebruik van de volledige…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:3124Rechtbank Den Haag, 5 april 2017 (bestuursrecht)

    De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu mocht Vueling Airlines S.A. een last onder dwangsom opleggen ter beëindiging van stelselmatige overtreding van artikel 7 van Verordening (EG) nr.…

  • ECLI:NL:RVS:2017:399Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 19 juli 2011 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen ArkeFly Nederland B.V., handelend onder de naam ArkeFly…

  • ECLI:NL:RVS:2017:400Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 augustus 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen Martinair Holland N.V. afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:401Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 april 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen United Airlines afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:402Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 april 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen United Airlines afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:403Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 11 september 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen Transavia Airlines afgewezen.

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.