Wet luchtvaart

WLV

Huidige tekst

Artikel 4.4 WLV

Geldt sinds 30 augustus 2017

  1. 1

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van de houder ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht.

  2. 2

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan voorts ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht.

  3. 3

    Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

  4. 4

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt de door hem verleende ontheffing in, wanneer: a.de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen, of b.de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.