Wet luchtvaart

WLV

Huidige tekst

Artikel 3.17 WLV

Geldt sinds 1 januari 2016

  1. 1

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig schorsen, wanneer: a.een ernstig vermoeden rijst dat het betrokken luchtvaartuig niet lichtwaardig is; b.het desbetreffende luchtvaartuig niet meer in het register, bedoeld in artikel 3.3, is ingeschreven; c.de houder van het betrokken luchtvaartuig dat luchtvaartuig niet overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen onderhoudt of laat onderhouden, of d.de houder van het betrokken luchtvaartuig anderszins het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde niet nakomt.

  2. 2

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heft de schorsing op zodra de redenen van de schorsing zijn komen te vervallen.

  3. 3

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt een bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig ambtshalve in, wanneer: a.het type-certificaat met betrekking tot dat luchtvaartuig is ingetrokken; b.ter verkrijging van het bewijs van luchtwaardigheid onjuiste gegevens zijn verstrekt, of c.het betrokken luchtvaartuig onherstelbaar is beschadigd.

  4. 4

    Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig intrekken, wanneer: a.het betrokken luchtvaartuig anders dan wegens onherstelbare beschadiging niet luchtwaardig is, of b.het bewijs van luchtwaardigheid gedurende ten minste drie maanden is geschorst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.