Wet dieren

Huidige tekst

Artikel 1.3 Wet dieren

Geldt sinds 1 juli 2024

Intrinsieke waarde 1 De intrinsieke waarde van het dier wordt erkend. 2 Onder erkenning van de intrinsieke waarde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan erkenning van de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Bij het stellen van regels bij of krachtens deze wet, en het nemen van op die regels gebaseerde besluiten, wordt ten volle rekening gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor deze intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen en dat de zorg die de dieren redelijkerwijs behoeven is verzekerd. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren, voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd, worden voorzien van: a.voldoende voeding van een goede kwaliteit; b.een comfortabele en veilige omgeving met een goed klimaat; c.waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn; d.voldoende mogelijkheden om te voorzien in hun gedragsbehoeften; en e.een positieve emotionele toestand.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1703Hoge Raad, 26 november 2024 (strafrecht)

    Economische zaak. Als houdster van dieren (kalveren, pinken, runderen, schapen en lammeren) aan dieren nodige verzorging onthouden, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 2.2.8 Wet…

  • ECLI:NL:PHR:2024:811Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Economische zaak. Onthouden van de nodige verzorging aan dieren (art. 2.2 lid 8 Wet dieren). M1: UOS-klachten. M2: Klacht dat hof niet heeft beslist op voorwaardelijk verzoek. M3…

  • ECLI:NL:PHR:2022:855Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Onthouden van de nodige verzorging aan 19 honden. 1. Klacht over de motivering van ’s hofs oordeel dat sprake is van het onthouden van de nodige zorg en 2. Klacht over ’s hofs oordeel…

  • ECLI:NL:PHR:2021:147Parket bij de Hoge Raad, 16 februari 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Diefstal van Jip de kip door dierenactiviste straffeloos in verband met art. 42 Sr juncto art. 2.1 lid 6 en art. 2.13 Wet dieren? De betekenis van "hulpbehoevend" in de zin van art. 2.1…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:434Gerechtshof Amsterdam, 25 februari 2026 (strafrecht)

    zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:311Rechtbank Midden-Nederland, 5 februari 2026 (strafprocesrecht)

    Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen en doden van meerdere dieren en het in bezit hebben van meerdere wapens. Verdachte was ten tijde van het plegen van één van de feiten…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:4562Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juli 2025 (omgevingsrecht)

    De vergunning voor een flora- en faunaactiviteiten, te weten het afschieten van ganzen, blijft voorlopig in stand op grond van een belangenafweging. Het is zeer aannemelijk dat de instandhouding van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:6139Rechtbank Noord-Holland, 5 juni 2025 (strafrecht)

    De verdachte heeft in een periode van ongeveer tweeëneenhalf jaar, meerdere malen als houder van een groot aantal dieren, al dan niet samen met een ander, aan deze dieren de nodige verzorging…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.