Wet dieren

Huidige tekst

Artikel 1.1 Wet dieren

Geldt sinds 1 juli 2024

Begripsbepalingen 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – antimicrobiële stof: antimicrobiële stof als bedoeld in artikel 4, twaalfde lid, van verordening (EU) 2019/6; – beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen: het als economische activiteit verlenen van diensten aan derden in de vorm van het verrichten van diergeneeskundige handelingen; – dierenarts: degene die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, en: 1°. aan wie op grond van het afleggen van een examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Master op het gebied van de diergeneeskunde is verleend; 2°. die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het afsluitend examen van de opleiding diergeneeskunde, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met goed gevolg heeft afgelegd, of 3°. die in het bezit is van een door een bevoegde instelling van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of van Zwitserland verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, welke voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen; – diergeneeskundige handeling: een van de volgende handelingen bij of met betrekking tot dieren: 1°. het voorschrijven of uitvoeren van een behandeling of het onderzoeken van een dier, met het oog op het voorkomen, genezen, verzachten, onderkennen of opheffen van een aandoening, dierziekte, zoönose, ziekteverschijnsel, gebrek, of van in- of uitwendig letsel of pijn; 2°. het voorschrijven of toepassen van een verdoving of bedwelming; 3°. het verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte of verwijdering van een vrucht; 4°. het onvruchtbaar maken; 5°. het winnen en overzetten van embryo’s of eicellen, en 6°. het verrichten van lichamelijke ingrepen ter uitvoering van de handelingen, bedoeld in de onderdelen 1° tot en met 6°, alsmede andere lichamelijke ingrepen; – diergeneesmiddel: diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2019/6; – dierlijke producten: van dieren afkomstige producten, al dan niet bewerkt of verwerkt, en daarvan afgeleide producten, met inbegrip van levende producten als broedeieren, sperma, eicellen en embryo’s; – dierlijke bijproducten: niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten; – diervoeder: elke stof, elk product of elke samenstelling van stoffen of producten die bestemd is om te worden gebruikt voor voedering aan dieren, onverminderd de toepassing van een andersluidende definitie in een EU-verordening; – EU-besluit: besluit als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; – EU-rechtshandeling: EU-verordening, EU-richtlijn of EU-besluit; – EU-richtlijn: richtlijn als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; – EU-verordening: verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; – gemedicineerd diervoeder: gemedicineerd diervoeder als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2019/4; – homeopathisch diergeneesmiddel: homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, tiende lid, van verordening (EU) 2019/6; – houder: eigenaar, houder of hoeder; – immunologisch diergeneesmiddel: immunologisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van verordening (EU) 2019/6; – kadavers: lichamen van dode dieren die niet worden verwerkt tot voor menselijke consumptie bestemde producten; – klinische proef: klinische proef als bedoeld in artikel 4, zeventiende lid, van verordening (EU) 2019/6; – lichamelijke ingreep: ingreep bij een dier, waarbij de natuurlijke samenhang van levende weefsels wordt verbroken, met inbegrip van het afnemen van bloed en het geven van injecties, en met uitzondering van het doden van een dier; – Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; – Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie gezamenlijk; – preklinische studie: preklinische studie als bedoeld in artikel 4, achttiende lid, van verordening (EU) 2019/6; – stof: materie van menselijke, dierlijke, plantaardige of chemische oorsprong; – verordening (EU) 2019/4: Verordening 2019/4 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van gemedicineerde diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 90/167/EEG van de Raad (PbEU 2019, L 4); – verordening (EU) 2019/6: Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PbEU 2019, L 4); – ziekteverwekker: micro-organisme dat, onderscheidenlijk parasiet of andere biologische eenheid die, een dierziekte of zoönose kan veroorzaken. 2 Onder handel wordt mede verstaan: het bezit met het oog op verkoop, met inbegrip van het aanbieden, enige vorm van al dan niet gratis overdracht aan derden, alsmede de verkoop en andere vormen van overdracht zelf.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1249Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Economische zaak. Is de stof 17ß-oestradiol een diergeneesmiddel a.b.i. art. 1.1 Wet dieren?

  • ECLI:NL:CBB:2025:170College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18 maart 2025 (bestuursrecht)

    (Spoed)bestuursdwang en dwangsombesluiten wegens overtreding van verschillende artikelen in Wet dieren, Regeling dierlijke producten, Besluit houders van dieren en/of Regeling identificatie en…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:960Rechtbank Overijssel, 20 februari 2025 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt een 75-jarige man tot een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Verder mag verdachte gedurende de eerste…

  • ECLI:NL:RBOBR:2024:3661Rechtbank Oost-Brabant, 5 augustus 2024 (strafrecht)

    Veroordeling overtreding artikel 2.2 lid 8 Wet Dieren, meermalen gepleegd en niet voldoen aan een ambtelijk bevel. Betreft het onthouden van zorg aan meerdere dieren en het overtreden van een eerdere…

  • ECLI:NL:CBB:2024:418College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2 juli 2024 (bestuursrecht)

    Last onder dwangsom en (gewijzigde) invorderingsbesluiten. Hoewel het tijdsverloop van 11 maanden tussen de controle en het opleggen van de last als lang kan worden aangemerkt, brengt dit in deze…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:4372Rechtbank Rotterdam, 17 mei 2024 (bestuursstrafrecht)

    BC Wet dieren - Invoer van producten die volgens het bedrijf slechts bloesemremedies zijn en volgens de NVWA diergeneesmiddelen. Dit stelt de NVWA volgens de rechtbank terecht. Omdat de ingevoerde…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:4235Rechtbank Rotterdam, 14 mei 2024 (bestuursstrafrecht)

    Boete opgelegd aan een bedrijf voor het invoeren van diergeneesmiddelen zonder een invoervergunning en het afleveren van diergeneesmiddelen aan een niet-vergunninghouder. De overtredingen zijn…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:8733Rechtbank Rotterdam, 13 september 2023 (bestuursstrafrecht)

    Boete voor aanprijzen diergeneesmiddel zonder vergunning. NVWA merkt het middel terecht aan als diergeneesmiddel, gelet op de wijze van aanprijzen. Overtreding terecht vastgesteld. Gematigde boete…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.