Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

UHW

Huidige tekst

Artikel 14 UHW

Geldt sinds 4 juni 2026

  1. 1

    In geval van een verzoek als bedoeld in artikel 7:254 van het Burgerlijk Wetboek doet de huurcommissie uitspraak omtrent de redelijkheid van de huurprijs. De huurcommissie toetst de redelijkheid van de overeengekomen huurprijs aan de krachtens artikel 10, eerste lid, gegeven regels. De huurcommissie spreekt uit welke huurprijsverlaging zij redelijk acht, in welk geval zij tevens aangeeft tot welke huurprijs die huurprijsverlaging leidt, dan wel dat zij een huurprijsverlaging niet redelijk acht. Indien de huurprijsverlaging op grond van het daaraan ten grondslag liggende voorstel tot een huurprijs zou leiden die hoger is dan de krachtens artikel 10, eerste lid, geldende maximale huurprijsgrens, verlaagt de Huurcommissie de huurprijs naar de maximaal toegestane huurprijs.

  2. 2

    Indien sprake is van een voorstel tot verlaging van de huurprijs als bedoeld in artikel 7:252b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek: a.toetst de huurcommissie, voor zover het huishoudinkomen voorwerp van geschil is tussen partijen, of dat huishoudinkomen in het peiljaar: 1°. gelijk is aan of lager is dan het in artikel 14, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag bedoelde bedrag, of 2°. gelijk is aan of lager is dan het op grond van artikel 10, tweede lid, onderdeel a, onder 1° dan wel onder 3° , voor het huishouden van de huurder toepasselijke bedrag, b.is de huurprijs na een daling van het huishoudinkomen als bedoeld in artikel 7:252b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek niet hoger dan de huurprijs die zou hebben gegolden, indien die over het tijdvak dat loopt van het tijdstip van het doen van het voorstel, bedoeld in de aanhef van dat artikellid, tot het tijdstip dat drie jaar daaraan voorafgaat, mede gebaseerd was geweest op het lagere huishoudinkomen en het daarmee corresponderende lagere maximale huurverhogingspercentage respectievelijk lagere maximale huurverhogingsbedrag, en c.is de huurprijs na een daling van het huishoudinkomen als bedoeld in artikel 7:252b, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Burgerlijk Wetboek voorts niet hoger dan het krachtens artikel 3, tweede lid, vastgestelde bedrag.

  3. 3

    De artikelen 11, vierde lid, en 13, tweede, vierde, vijfde, eerste en tweede volzin, en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1005Hoge Raad, 30 juni 2023 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciele vragen. Toetsing aanvangshuurprijs. Art. 7:249 BW. Is voor waardering van energieprestatie van woning nodig dat bij ingang van huurovereenkomst een energie-index was…

  • ECLI:NL:PHR:2023:173Parket bij de Hoge Raad, 10 februari 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Huurrecht; procesrecht. Prejudiciële vragen. Toetsing aanvangshuurprijs woning (art. 7:249 lid 1 BW en art. 11 en 12 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte). Energieprestatie en waarderingsstelsel…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ5666Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2013 (civiel recht)

    Huur woonruimte. (Appel)procesrecht. Huurprijsverlaging door huurcommissie. Oordeel Kantonrechter dat verlaging in strijd komt met art. 1 Eerste Protocol EVRM. Appelverbod van art. 7:262 lid 2 BW.…

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:217Rechtbank Overijssel, 9 januari 2024 (civiel recht)

    De rechtbank verklaart partij A 2 niet ontvankelijk, dat het huurverlagingsvoorstel van partij B niet redelijk is, dat het ongewijzigd blijven van de overeengekomen huurprijs redelijk is en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:9216Rechtbank Den Haag, 25 augustus 2022 (civiel recht)

    Vraag of een na de ingangsdatum van de huurovereenkomst opgenomen en geregistreerd energieprestatiecertificaat in de waardering van het gehuurde mag worden betrokken. Prejudiciële vragen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2018:5767Rechtbank Midden-Nederland, 21 november 2018 (verbintenissenrecht)

    huurrecht, procedure na uitspraak van de huurcommissie over de redelijkheid van de verlaging van de huurprijs (artikel 7;254 BW), geen WOZ-beschikking aanwezig, bij de puntentelling moet worden…

  • ECLI:NL:RVS:2015:474Raad van State, 18 februari 2015 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 oktober 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellant] toegekende huurtoeslag over 2009 herzien en opnieuw berekend, en vastgesteld op nihil.

  • ECLI:NL:GHAMS:2011:BU2961Gerechtshof Amsterdam, 1 november 2011 (civiel recht)

    Huur woonruimte. Verzoek tot huurprijsverlaging. Redelijkheid van de huurprijs in het licht van art. 1 Eerste Protocol EVRM. Uitspraak EHRM inzake Czapska/Polen. Aanpassing van de huurovereenkomst op…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.