Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

UHW

Huidige tekst

Artikel 3a UHW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Er is een huurcommissie.

  2. 2

    De huurcommissie bestaat uit een bestuur en minimaal vier zittingsvoorzitters. Daarnaast bestaat de huurcommissie uit zittingsleden uit de kring van huurders onderscheidenlijk de kring van verhuurders. Voor de behandeling van geschillen als bedoeld in artikel 4a kunnen ook personen van buiten de kring van huurders onderscheidenlijk de kring van verhuurders zittingslid zijn. Het bestuur bestaat uit een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

  3. 3

    Het bestuur en de zittingsvoorzitters hebben tot taak binnen de huurcommissie de eenheid en de kwaliteit van de uitspraken, adviezen en verklaringen te bevorderen. Zij kunnen met het oog hierop regels stellen. Bij de uitvoering van deze taak treden zij niet in de procesrechtelijke behandeling van, de inhoudelijke beoordeling van alsmede de beslissing in een concrete zaak.

  4. 4

    Indien ten aanzien van het stellen van de regels, bedoeld in het derde lid, tussen het bestuur enerzijds en de zittingsvoorzitters gezamenlijk anderzijds een verschil van mening bestaat, beslist het bestuur. Indien binnen het bestuur een verschil van mening bestaat, beslist de voorzitter. Indien binnen de kring van zittingsvoorzitters een verschil van mening bestaat, wordt onderling bij meerderheid van stemmen beslist, waarbij bij een staking van de stemmen binnen die kring het bestuur beslist.

  5. 5

    In afwijking van artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, heeft het bestuur, in plaats van het zelfstandig bestuursorgaan, de bevoegdheden en taken die zijn genoemd in dat artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:983Parket bij de Hoge Raad, 3 november 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Huurrecht. Procesrecht. Kan huurder/verhuurder zich na uitspraak voorzitter huurcommissie o.g.v. art. 7:262 BW rechtstreeks tot kantonrechter wenden zonder eerst in…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:10187Rechtbank Amsterdam, 16 december 2025 (civiel recht)

    Wet overleg huur verhuurder. Huurdersorganisatie heeft 30 verzoeken tegen verhuurder. Kosten voor juridische bijstand in een gerechtelijke kosten zijn geen kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:1513Rechtbank Den Haag, 15 februari 2018 (civiel recht)

    Afrekening warmtelevering na de invoering van de Warmtewet

  • ECLI:NL:GHSHE:2014:721Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13 maart 2014 (civiel recht)

    Ontvankelijkheid hoger beroep: verhouding artikel 8a en 8 Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv)/ beroep ontvankelijk/ uitleg ‘wijziging van beleid’ in artikel 5 Wohv/ gezien ratio Wohv ruime…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.