Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

UHW

Huidige tekst

Artikel 28 UHW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Alvorens een voorbereidend onderzoek in te stellen of een uitspraak te doen als bedoeld in artikel 4, tweede, derde of vijfde lid, of artikel 4a, wordt de partij die niet de verzoeker is, door het bestuur in kennis gesteld van de inhoud van het verzoek. Alvorens een uitspraak te doen als bedoeld in artikel 4, tweede, derde of vijfde lid, artikel 4a, wordt een voorbereidend onderzoek ingesteld. Een zodanig onderzoek blijft achterwege indien de beschikbare stukken naar het oordeel van de voorzitter voldoende zijn ter voorbereiding van de besluitvorming.

  2. 2

    Het voorbereidend onderzoek wordt ingesteld door het bestuur. In bijzondere gevallen kan de zittingsvoorzitter het onderzoek instellen.

  3. 3

    Van het voorbereidend onderzoek wordt een schriftelijk rapport opgemaakt.

  4. 4

    In de gevallen waarin de voorzitter geen uitspraak als bedoeld in artikel 20, eerste lid, doet, bepaalt het bestuur de dag en het uur, waarop het verzoek ter zitting van een zittingscommissie zal worden behandeld, zodra het voorbereidend onderzoek naar het oordeel van de voorzitter voltooid is, of, indien dit onderzoek ingevolge het eerste lid niet wordt ingesteld, reeds aanstonds.

  5. 5

    Het bestuur legt de op de zaak betrekking hebbende stukken tot de dag van de zitting ter inzage voor partijen of hun schriftelijk gemachtigden.

  6. 6

    Het bestuur geeft partijen van de gegevens omtrent de zitting onverwijld, doch ten minste twee weken voor de dag van de behandeling van het verzoek ter zitting, kennis. De kennisgeving gaat vergezeld van een afschrift van het in het derde lid bedoelde rapport of bevat de mededeling dat ter zake geen voorbereidend onderzoek nodig is geacht, zulks onder vermelding van de redenen die tot dat oordeel hebben geleid. De kennisgeving bevat voorts de mededeling dat de stukken overeenkomstig het vijfde lid ter inzage liggen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1005Hoge Raad, 30 juni 2023 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciele vragen. Toetsing aanvangshuurprijs. Art. 7:249 BW. Is voor waardering van energieprestatie van woning nodig dat bij ingang van huurovereenkomst een energie-index was…

  • ECLI:NL:RBMNE:2023:7763Rechtbank Midden-Nederland, 25 oktober 2023 (goederenrecht)

    Energielabel woning, dat na de huurovereenkomst aan het gehuurde is toegekend, mag worden betrokken bij de waardering van de energieprestatie van het gehuurde.

  • ECLI:NL:RBZLY:2009:BK2766Rechtbank Zwolle-Lelystad, 8 september 2009 (civiel recht)

    Huurzaak. Procedure ex artikel 7:262 BW. Schending fundamenteel beginsel van hoor en wederhoor door huurcommissie. Zeer ernstig gebreken aan het gehuurde. Geljk wat huurcommissie heeft geoordeeld…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.