Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

UHW

Huidige tekst

Artikel 51 UHW

Geldt sinds 1 juli 2006

In elke na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7:260, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingestelde rechtsvordering ter zake van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt een uitspraak van de huurcommissie dan wel beschikking van de rechter omtrent de betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot deze vergoedingen overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2009:BH9156Hoge Raad, 10 juli 2009 (civiel recht)

    Procesrecht. Cassatieberoep tegen kantonrechtersvonnis; motiveringsplicht als bedoeld in art. 230 lid 1, aanhef en onder e, Rv.; gemengde klacht, beoordeling in cassatie op voet van art. 80 RO…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BH9156Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2009 (civiel recht)

    Procesrecht. Cassatieberoep tegen kantonrechtersvonnis; motiveringsplicht als bedoeld in art. 230 lid 1, aanhef en onder e, Rv.; gemengde klacht, beoordeling in cassatie op voet van art. 80 RO…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5814Rechtbank Amsterdam, 9 juni 2026 (civiel recht)

    Het beding dat de huurder van een studio in een wooncomplex in Amsterdam Zuid-Oost bij aanvang van de huurovereenkomst met verhuurder een aparte dienstenovereenkomst diende aan te gaan met Change= is…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5817Rechtbank Amsterdam, 9 juni 2026 (civiel recht)

    Het beding dat de huurder van een studio in een wooncomplex in Amsterdam Zuid-Oost bij aanvang van de huurovereenkomst met verhuurder een aparte dienstenovereenkomst diende aan te gaan met Change= is…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5818Rechtbank Amsterdam, 9 juni 2026 (civiel recht)

    De verplichte dienstenovereenkomst naast huurovereenkomst levert een onredelijk voordeel (artikel 7:264 BW) op en het beding is daarom nietig. Huurder heeft daarom in beginsel recht op terugbetaling…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5819Rechtbank Amsterdam, 9 juni 2026 (civiel recht)

    De verplichte dienstenovereenkomst naast huurovereenkomst levert een onredelijk voordeel (artikel 7:264 BW) op en het beding is daarom nietig. Huurder heeft daarom in beginsel recht op terugbetaling…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:7689Rechtbank Overijssel, 23 december 2025 (civiel recht)

    Partij B huurt van partij A een appartement. Partij A verzoekt, na een procedure bij de Huurcommissie, de betalingsverplichting van partij B met betrekking tot de servicekosten over de jaren 2020…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:6041Rechtbank Amsterdam, 5 juni 2025 (civiel recht)

    Huurrecht. Wooncomplex voor jongeren. Vordering tot betaling van afrekening servicekosten over jaren 2017 tot en met juni 2021 voor aanvullende diensten die aanvankelijk in Dienstenovereenkomst waren…

32 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.