Penitentiaire beginselenwet

PBW

Huidige tekst

Artikel 73 PBW

Geldt sinds 1 november 2025

  1. 1

    Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. Ten aanzien van het beroepschrift, bedoeld in artikel 72, eerste lid, is artikel 69, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Het beroepschrift wordt ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de betrokkene kennis heeft gekregen van de beslissing waartegen hij beroep instelt. Een na afloop van deze termijn ingediend beroepschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de gedetineerde in verzuim is geweest.

  3. 3

    Indien de betrokkene gedetineerd is, kan de indiening van het beroepschrift geschieden door tussenkomst van de directeur van de inrichting of afdeling waar hij verblijft. De directeur draagt zorg dat het beroepschrift onverwijld van een dagtekening wordt voorzien. Als dag waarop het beroepschrift is ingediend geldt die van de dagtekening.

  4. 4

    De artikelen 60, derde lid, 61, vierde lid, 63, 64, 65, 66, 67, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid, met uitzondering van de eerste volzin, 68, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie, bedoeld in het eerste lid, kan bepalen dat: a.de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten; b.de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden gemaakt; c.ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.

  5. 5

    Bij de behandeling van het beroepschrift op een bevel als bedoeld in artikel 40d, kunnen, in afwijking van het bepaalde in artikel 65, derde lid, partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de commissie mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.

  6. 6

    De commissie beslist of de in het vijfde lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Indien de commissie heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.

  7. 7

    Indien de commissie heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, kan zij slechts met toestemming van de andere partij mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak doen.

  8. 8

    Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de zaak verwezen naar een andere commissie die op het beroep beslist.

  9. 9

    De Raad doet zo snel mogelijk uitspraak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AU4793Parket bij de Hoge Raad, 23 december 2005 (civiel recht)

    Geschil over de rechtmatigheid van de plaatsing van een gedetineerde op een door de minister van Justitie gehanteerde lijst van vlucht- en gemeengevaarlijke gedetineerden bij de beoordeling van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:4066Rechtbank Den Haag, 27 maart 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Eiser is veroordeeld tot een gevangenenisstraf. Hij vordert dat de Staat hem in een ander detentieregime plaatst. Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen, omdat daartegen een met…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:17165Rechtbank Den Haag, 1 november 2023 (civiel recht)

    Eiseres is niet-ontvankelijk in haar vorderingen. De beroepsprocedure bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming moet worden aangemerkt als een met voldoende waarborgen omklede…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:11816Rechtbank Den Haag, 21 april 2023 (verbintenissenrecht)

    verzoek strafonderbreking afgewezen; beroepscommissie RSJ heeft beroep ongegrond verklaard; kg moet worden aangemerkt als verkapt appel tegen beslissing beroepscommissie RSJ; betoog raakt aan…

  • ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2389Rechtbank 's-Gravenhage, 17 september 2004 (strafrecht)

    [...] Eiser vordert, na wijziging van eis, -zakelijk weergegeven- gedaagde: I. te veroordelen tot het met onmiddellijke ingang uitplaatsen van eiser uit de EBI; II.a. primair, opdracht te geven…

  • ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7768Rechtbank 's-Gravenhage, 31 januari 2003 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring / regime huis van bewaring. Eiser is in bewaring gesteld. Eiser stelt dat hij in een huis van bewaring met een te zwaar regime is geplaatst. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.