Penitentiaire beginselenwet

PBW

Huidige tekst

Artikel 41 PBW

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De gedetineerde heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden en te beleven.

  2. 2

    De directeur draagt zorg dat in de inrichting voldoende geestelijke verzorging, die zoveel mogelijk aansluit bij de godsdienst of levensovertuiging van de gedetineerden, beschikbaar is.

  3. 3

    De directeur stelt de gedetineerde in de gelegenheid op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen: a.persoonlijk contact te onderhouden met de geestelijke verzorger van de godsdienst of levensovertuiging van zijn keuze, die aan de inrichting is verbonden; b.contact te onderhouden met andere dan de onder a genoemde geestelijke verzorgers volgens artikel 38; c.in de inrichting te houden godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten van zijn keuze bij te wonen. Artikel 23 is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ten aanzien van de beschikbaarheid van de geestelijke verzorging. Deze regels hebben betrekking op de verlening van geestelijke verzorging door of vanwege verschillende richtingen van godsdienst of levensovertuiging, op de organisatie en de bekostiging van de geestelijke verzorging en op de indienstneming van geestelijke verzorgers bij een inrichting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1144Parket bij de Hoge Raad, 12 november 2019 (strafrecht)

    CAG. Afpersing en moord op 86-jarige man. De AG behandelt bewijsklachten, onder meer met betrekking tot de voorbedachte raad. Daarnaast is de vraag aan de orde of aan een boeddhistische en…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.