Penitentiaire beginselenwet

PBW

Huidige tekst

Artikel 2 PBW

Geldt sinds 1 november 2025

  1. 1

    De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel vindt, voor zover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald, plaats door onderbrenging van de persoon aan wie deze is opgelegd in een penitentiaire inrichting dan wel door diens deelname aan een penitentiair programma.

  2. 2

    Met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel wordt de tenuitvoerlegging hiervan zoveel mogelijk en afhankelijk van het gedrag van de betrokkene dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij. Bij het verlenen van vrijheden aan gedetineerden wordt rekening gehouden met de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden.

  3. 3

    Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging plaatsvindt van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel worden aan geen andere beperkingen onderworpen dan die welke voor het doel van de vrijheidsbeneming, het belang van de handhaving van de orde of veiligheid noodzakelijk zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1066Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2025 (insolventierecht)

    Cassatie in het belang der wet. Faillissementsrecht. Faillissementsgijzeling (art. 87 Fw). Kan rechter bij gijzeling contactbeperkingen opleggen aan gefailleerde? Legaliteitsbeginsel. Art. 5 en 8…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1389Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2018 (strafrecht)

    Conclusie AG. Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld voor betrokkenheid bij meerdere moorden, een poging daartoe en deelneming aan een criminele organisatie. Art. 140 en 289 Sr. Middelen…

  • ECLI:NL:PHR:2016:406Parket bij de Hoge Raad, 24 mei 2016 (strafrecht)

    Oplegging en tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf i.v.m. de eisen ex art. 3 EVRM. Huidige tenuitvoerleggingspraktijk is onverenigbaar met de eisen die art. 3 EVRM stelt. Levenslange…

  • ECLI:NL:HR:2014:3094Hoge Raad, 4 november 2014 (strafrecht)

    Betekeningsperikelen en aanwezigheidsrecht i.g.v. elektronisch toezicht. Uitreiking in persoon van gerechtelijke mededelingen is niet vereist bij verdachte die deelneemt aan penitentiair programma en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:18807Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Dochter is door een misdrijf om het leven gebracht. De Staat is niet aansprakelijk voor de schade die haar ouders lijden doordat de verdachte van dit misdrijf in de gevangenis een eind aan zijn leven…

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:2929Gerechtshof Den Haag, 5 november 2019 (civiel recht)

    Gedetineerde, die tweemaal eerder een medegedetineerde ernstig heeft verwond met een mes, steekt een medegedetineerde dood. De Staat heeft niet alle maatregelen genomen die redelijkerwijs mochten…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:3093Rechtbank Den Haag, 14 maart 2018 (verbintenissenrecht)

    Exhibitie-incident en hoofdzaak. Fataal steekincident in PI Nieuwegein. Nabestaanden slachtoffer stellen Staat aansprakelijk. Geweldshistorie dader. Onzorgvuldige selectie en overplaatsing dader naar…

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:12849Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2016 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Art. 15 lid 2 onder c Sr. Art. 40a Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. In kort geding geen plaats voor - analoge - toepassing VI-regeling op 'vreemdeling' zonder geldige…

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.