Penitentiaire beginselenwet

PBW

Huidige tekst

Artikel 4 PBW

Geldt sinds 1 december 2021

  1. 1

    Een penitentiair programma is een samenstel van activiteiten waaraan wordt deelgenomen door personen ter verdere tenuitvoerlegging van de aan hen opgelegde vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis in aansluiting op hun verblijf in een inrichting en dat als zodanig door Onze Minister is erkend.

  2. 2

    Gedetineerden kunnen in de gelegenheid worden gesteld tot deelname aan een penitentiair programma direct voorafgaand aan de datum van invrijheidstelling, mits: a.de gedetineerde een of meer onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen ondergaat waarvan de duur onderscheidenlijk de gezamenlijke duur ten minste zes maanden en ten hoogste een jaar bedraagt; b.bij aanvang van de deelname aan het penitentiair programma nog ten minste vier weken van de vrijheidsstraf of vrijheidsstraffen moeten worden ondergaan; en c.er geen andere omstandigheden zijn die zich tegen zijn deelname verzetten. De deelname aan het penitentiair programma duurt niet langer dan een zesde deel van de vrijheidsstraf of vrijheidsstraffen die de gedetineerde nog moet ondergaan. Indien de veroordeling tot een vrijheidsstraf nog niet onherroepelijk is, wordt de datum van invrijheidstelling voor de toepassing van dit lid berekend op grond van de veroordeling waartegen het rechtsmiddel is aangewend.

  3. 3

    Bij de beslissing om een gedetineerde in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan een penitentiair programma worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a.de mate waarin en de wijze waarop is gebleken van goed gedrag; b.de mogelijkheden om eventuele aan de grotere vrijheden verbonden risico’s te beperken en beheersen, en c.de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen, waaronder de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de door het strafbare feit veroorzaakte schade te vergoeden.

  4. 4

    Aan deelname aan het penitentiaire programma kunnen voorwaarden betreffende het gedrag van de gedetineerde worden gesteld. De deelnemer aan een penitentiair programma kan onder elektronisch toezicht worden gesteld. Bij het uitoefenen van toezicht op de deelname aan een penitentiair programma wordt de identiteit van de deelnemer aan het penitentiair programma vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

  5. 5

    Indien een gedetineerde niet langer aan de voorwaarden voor deelname aan het penitentiaire programma voldoet of zich niet aan de voorwaarden betreffende het gedrag houdt, kan het penitentiaire programma worden beëindigd.

  6. 6

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld die in elk geval betreffen: a.de inhoud van het penitentiair programma, b.de nadere voorwaarden voor deelname aan het penitentiair programma en de voorwaarden betreffende het gedrag, bedoeld in het derde lid, c.het toezicht, waaronder het elektronisch toezicht, tijdens de deelname, d.de gevolgen van verzuim van deelname aan het programma of niet-nakoming van de daaraan verbonden voorwaarden, en e.de rechtspositie van de deelnemers aan een penitentiair programma.

  7. 7

    Met inachtneming van het tweede lid en de regels krachtens het zesde lid kan Onze Minister een penitentiair programma erkennen en bepalen welke gedetineerden voor deelname hieraan in aanmerking komen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1375Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)

    Medeplegen diefstal met valse sleutel, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht gebruik voor bewijs van p-v’s van herkenning en DNA-match. 2. Bewijsklacht strafverzwarende…

  • ECLI:NL:PHR:2026:757Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Schending ambtsgeheim, poging verleiding minderjarige tot ontucht en aanbieden pornografie aan zestienminner. M1 klaagt over motivering schending ambtsgeheim. M2 en M3 klagen over…

  • ECLI:NL:PHR:2026:788Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Eerste en tweede middel gaan over bewijs van verlengde invoer. Het derde middel ziet op de strafmotivering. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383…

  • ECLI:NL:PHR:2026:621Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens (medeplegen van) valsheid in geschrift, feitelijke leidinggeven aan medeplegen van opzettelijk een vals geschrift voorhanden hebben (meermalen gepleegd), en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31562Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026 (strafrecht)

    Veroordeling tot een maandenlange gevangenisstraf voor bezit harddrugs in een loods.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7465Rechtbank Oost-Brabant, 23 oktober 2026 (strafrecht)

    Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt waardoor 2 slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen. Sprake van ernstige schuld en drugsgebruik. De rechtbank legt op een gevangenisstraf…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2933Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 oktober 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving, overtredingen van de Wet wapens en munitie en vernieling. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:3008Gerechtshof Amsterdam, 22 oktober 2026 (strafrecht)

    Veroordeling dansleraar voor het plegen van ontucht met twee minderjarige leerlingen in de periode tussen 2012 en 2015. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarbij rekening…

6.853 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.