Penitentiaire beginselenwet

PBW

Huidige tekst

Artikel 26 PBW

Geldt sinds 1 juli 2005

  1. 1

    Een gedetineerde kan, ingevolge het derde en het vierde lid, worden toegestaan de inrichting te verlaten.

  2. 2

    Het verlaten van de inrichting, bedoeld in het eerste lid, schort de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel niet op.

  3. 3

    Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. Deze betreffen in elk geval de criteria waaraan een gedetineerde moet voldoen om voor het verlof in aanmerking te komen, de bevoegdheid tot en de wijze van verlening, weigering, beperking en intrekking alsmede de duur en frequentie van het verlof en de voorwaarden die aan het verlof kunnen worden verbonden.

  4. 4

    De directeur stelt een gedetineerde in de gelegenheid onder door hem te stellen voorwaarden de inrichting te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen: a.indien de gedetineerde krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen; b.indien de gedetineerde ter zake van een misdrijf moet terechtstaan; c.indien de gedetineerde bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.

  5. 5

    Met het oog op het verlaten van de inrichting, bedoeld in het vierde lid, kan de directeur aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren of medewerkers bevelen dat de betrokken persoon naar de daartoe bestemde plaats wordt overgebracht.

  6. 6

    Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop het vervoer van de gedetineerde ten behoeve het bijwonen van een gerechtelijke procedure, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:6880Rechtbank Den Haag, 13 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Vordering van gedetineerde tot bijwonen uitvaart. Regeling tijdelijk verlaten inrichting (artikel 24).

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2962Gerechtshof Amsterdam, 7 oktober 2025 (strafrecht)

    art 80, lid 7 Sv - verzoek schorsing ivm overlijden grootouder niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:6447Rechtbank Den Haag, 8 juli 2020 (civiel recht)

    Eiser is gedetineerd en vordert de Staat te gelasten hem te transporteren naar een hoorzitting. De vordering is afgewezen. Artikel 26 lid 4 van de Penitentiaire beginselenwet omschrijft wanneer de…

  • ECLI:NL:GHSGR:2009:320Gerechtshof 's-Gravenhage, 17 februari 2009 (civiel recht)

    ontbinding huurovereenkomst

  • ECLI:NL:RBZLY:2007:BC2235Rechtbank Zwolle-Lelystad, 19 december 2007 (civiel recht)

    Afwijzing van vordering tot onderbreken van detentie om aanwezig te kunnen zijn bij geboorte van door eiser erkend kind.

  • ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ3016Rechtbank Haarlem, 27 oktober 2006 (strafrecht)

    Stalking; belaging; inbraak in vereniging meermalen gepleegd. Verdachte heeft (wederom) een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-vriendin. Verdachte heeft zijn…

  • ECLI:NL:RBALM:2006:AV0586Rechtbank Almelo, 25 januari 2006 (strafrecht)

    Deze uitspraak betreft een verzoek tot tijdelijke schorsing van de voorlopige hechtenis voor het bijwonen van een intakegesprek. Op grond van het vrij recent van kracht geworden artikel 80, zesde…

  • ECLI:NL:RBUTR:2005:AT9117Rechtbank Utrecht, 7 juli 2005 (strafrecht)

    Rechtbank niet bevoegd met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis voor een intakegesprek

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.