Penitentiaire beginselenwet

PBW

Huidige tekst

Artikel 42 PBW

Geldt sinds 1 november 2025

  1. 1

    De gedetineerde heeft recht op verzorging door een aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger.

  2. 2

    De gedetineerde heeft recht op raadpleging, voor eigen rekening, van een arts van zijn keuze. De directeur stelt in overleg met de gekozen arts de plaats en het tijdstip van de raadpleging vast.

  3. 3

    De directeur draagt zorg dat de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger: a.regelmatig beschikbaar is voor het houden van een spreekuur; b.op andere tijdstippen beschikbaar is, indien dit in het belang van de gezondheid van de gedetineerde noodzakelijk is; c.de gedetineerden die hiervoor in aanmerking komen onderzoekt op hun geschiktheid voor deelname aan arbeid, sport of een andere activiteit.

  4. 4

    De directeur draagt zorg voor: a.de verstrekking van de door de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger voorgeschreven medicijnen en diëten; b.de behandeling van de gedetineerde op aanwijzing van de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger; c.de overbrenging van de gedetineerde naar een ziekenhuis dan wel andere instelling, indien de onder b bedoelde behandeling aldaar plaatsvindt.

  5. 5

    Over de uitvoering van het eerste en tweede lid worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2008:BD0452Parket bij de Hoge Raad, 25 april 2008 (civiel recht)

    BOPZ. Afwijzing verzoek tot vermelding dat de kosten van het verblijf en de verzorging van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis volledig ten laste dienden te komen van de Minister van Justitie.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:27988Rechtbank Den Haag, 17 december 2025 (civiel recht)

    De rechtbank is van oordeel dat eiser geen zelfstandig belang heeft bij de door hem gevorderde verklaring voor recht dat hij (blijvend) detentieongeschikt is, omdat aan deze vaststelling geen directe…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:26395Rechtbank Den Haag, 14 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Civiel recht, kort geding, overheidszaak, verbintenissenrecht Procedure over de vraag of de Staat gehouden is de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van eiser op te schorten en hem vooralsnog…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1211Gerechtshof Den Haag, 8 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Staat niet aansprakelijkheid voor gestelde schade door persbericht na aanhouding en doorzoeking. Persbericht voldeed aan regels van de Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging. Geen schending…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:9986Rechtbank Den Haag, 4 juni 2025 (verbintenissenrecht)

    Medische zorg in Penitentiaire Inrichting; bepalingen geneeskundige behandelingsovereenkomst van overeenkomstige toepassing. Zorgplicht van de Staat. Art. 7:464 BW; 7:453 BW; Pbw; 6:162 BW.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:6104Rechtbank Den Haag, 14 april 2025 (vreemdelingenrecht)

    Opheffing bewaring Gambia - In het geval van eiser is het refoulementrisico nimmer beoordeeld en zal verweerder dit bij de verdere tenuitvoerlegging van de maatregel en de feitelijke uitzetting niet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:13023Rechtbank Den Haag, 15 augustus 2024 (civiel recht)

    Vergoeding medische kosten tijdens ontvluchting detentie.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:15707Rechtbank Den Haag, 23 december 2022 (verbintenissenrecht)

    Kort geding, overheidsaansprakelijkheid, uitlevering. Vordering tot verbod uitlevering aan Turkije wordt afgewezen. Uitlevering niet in strijd met art 6 EUV of 3 EVRM, geen geslaagd beroep op de…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.