Penitentiaire beginselenwet

PBW

Huidige tekst

Artikel 68 PBW

Geldt sinds 1 juli 2015

  1. 1

    De uitspraak van de beklagcommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke: a.niet-ontvankelijkverklaring van het beklag; b.ongegrondverklaring van het beklag; c.gegrondverklaring van het beklag.

  2. 2

    Indien de beklagcommissie van oordeel is dat de beslissing waarover is geklaagd: a. in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag, dan wel b. bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, waaronder de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden, onredelijk of onbillijk moet worden geacht, verklaart zij het beklag gegrond en vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk.

  3. 3

    Bij toepassing van het tweede lid kan de beklagcommissie: a.de directeur opdragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak; b.bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing; c.volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.

  4. 4

    Bij toepassing van het derde lid, onder a, kan de beklagcommissie in haar uitspraak een termijn stellen.

  5. 5

    De beklagcommissie kan bepalen dat de uitspraak buiten werking blijft totdat deze onherroepelijk is geworden.

  6. 6

    Indien het tweede lid toepassing vindt, worden de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door de directeur ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de beklagcommissie.

  7. 7

    Voor zover de in het zesde lid bedoelde gevolgen niet meer ongedaan te maken zijn, bepaalt de beklagcommissie dan wel de voorzitter, na de directeur te hebben gehoord, of enige tegemoetkoming aan de klager geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2019:376Hoge Raad, 15 maart 2019 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad vanwege te zwaar detentieregime. Vergoeding van immateriële schade op grond van art. 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW. Aantasting in de persoon op andere wijze? Leidt enkele…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1295Parket bij de Hoge Raad, 26 oktober 2018 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad vanwege te zwaar detentieregime. Vergoeding van immateriële schade op grond van art. 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW. Aantasting in de persoon op andere wijze? Leidt enkele…

  • ECLI:NL:GHDHA:2017:1512Gerechtshof Den Haag, 4 juli 2017 (civiel recht)

    art. 6:106, eerste lid, aanhef en sub b BW; immateriële schadevergoeding wegens te lang verblijf EBI

  • ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7768Rechtbank 's-Gravenhage, 31 januari 2003 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring / regime huis van bewaring. Eiser is in bewaring gesteld. Eiser stelt dat hij in een huis van bewaring met een te zwaar regime is geplaatst. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.