Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978

STCW

Huidige tekst

Artikel VII/3 STCW

Geldt sinds 1 januari 2012

Voorschrift VII/3 Beginselen inzake de afgifte van alternatieve bewijzen 1 Partijen die besluiten alternatieve bewijzen af te geven of de afgifte ervan goed te keuren, zien erop toe dat de volgende beginselen worden geëerbiedigd: .1 er wordt uitsluitend een systeem voor de afgifte van alternatieve bewijzen geïmplementeerd indien het een zekere mate van veiligheid op zee waarborgt en op het gebied van verontreiniging een preventief effect heeft dat ten minste gelijk is aan hetgeen bewerkstelligd wordt door de andere hoofdstukken; en .2 elke regeling voor de afgifte van alternatieve bewijzen krachtens dit hoofdstuk voorziet in de inwisselbaarheid van deze bewijzen met die afgegeven krachtens de overige hoofdstukken. 2 Het beginsel van inwisselbaarheid bedoeld in lid 1 waarborgt dat: .1 zeevarenden met een bewijs krachtens de regelingen van hoofdstuk II en/of III en die met een bewijs krachtens hoofdstuk VII dienst kunnen doen op zowel traditioneel georganiseerde schepen als schepen met een andere organisatievorm aan boord; en .2 zeevarenden niet zodanig worden opgeleid voor bepaalde regelingen aan boord dat dat ten koste gaat van hun mogelijkheden om hun vaardigheden elders in te zetten. 3 Bij de afgifte van een bewijs krachtens de bepalingen van dit hoofdstuk dienen de volgende beginselen in acht te worden genomen: .1 de afgifte van alternatieve bewijzen mag op zich niet worden gebruikt: .1.1 om het aantal bemanningsleden aan boord te beperken, .1.2 om het aanzien van het beroep te schaden of afbreuk te doen aan de vakkundigheid van zeevarenden, of .1.3 om te rechtvaardigen dat gedurende een bepaalde wachtdienst de gecombineerde taken van officieren in de machinekamerwacht en in de brugwacht aan slechts één houder van een bewijs worden opgedragen; en .2 degene die aan boord het bevel voert dient te worden aangewezen als de kapitein en de rechtspositie en het gezag van de kapitein en anderen mag niet ongunstig worden beïnvloed door de implementatie van een regeling voor de afgifte van alternatieve bewijzen. 4 De beginselen vervat in de leden 1 en 2 van dit voorschrift waarborgen dat de bevoegdheden van zowel dekofficieren als scheepswerktuigkundigen worden gehandhaafd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.