Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978

STCW

Huidige tekst

Artikel I/3 STCW

Geldt sinds 1 januari 2012

Voorschrift I/3 Beginselen inzake reizen nabij de kust 1 De Partijen stellen bij de omschrijving van reizen nabij de kust voor de toepassing van het Verdrag aan de zeevarenden die dienst doen aan boord van de schepen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een andere Partij, en dienst doen tijdens dergelijke reizen, geen eisen wat opleiding, ervaring of diplomering betreft, op een wijze die leidt tot strengere eisen voor die zeevarenden dan voor de zeevarenden die dienst doen aan boord van schepen die gerechtigd zijn haar eigen vlag te voeren. In geen geval stellen deze Partijen eisen aan zeevarenden die dienst doen aan boord van schepen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een andere Partij die strenger zijn dan die van het Verdrag met betrekking tot schepen die niet voor reizen nabij de kust worden gebruikt. 2 Een Partij die voor schepen waaraan de voordelen van de bepalingen inzake reizen nabij de kust van het Verdrag zijn toegekend, met inbegrip van reizen nabij de kust van andere Partijen binnen de grenzen van hun omschrijving van reizen nabij de kust, treft een regeling met de desbetreffende Partijen waarin de details van zowel de betrokken handelsgebieden als andere relevante voorwaarden zijn vastgelegd. 3 Met betrekking tot schepen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een Partij en die regelmatig worden gebruikt voor reizen nabij de kust in de nabijheid van de kust van een andere Partij, stelt de Partij, waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren, voor op dergelijke schepen dienstdoende zeevarenden eisen vast inzake opleiding, ervaring en diplomering, die ten minste gelijk zijn aan die van de Partij in de nabijheid van wier kust het schip wordt gebruikt, mits zij de eisen van het Verdrag met betrekking tot schepen die niet voor reizen nabij de kust worden gebruikt niet te boven gaan. Zeevarenden die dienst doen op een schip waarvan de reis zich verder uitstrekt dan hetgeen door een Partij als een reis nabij de kust is omschreven en zich begeeft in wateren die niet onder die omschrijving vallen, dienen te voldoen aan de desbetreffende eisen van bekwaamheid van het Verdrag. 4 Een Partij kan aan een schip dat gerechtigd is haar vlag te voeren de voordelen van de bepalingen van het Verdrag inzake reizen nabij de kust toekennen, wanneer het regelmatig in de nabijheid van de kust van een Staat die geen Partij is, wordt gebruikt voor reizen nabij de kust zoals omschreven door de Partij. 5 De door een Partij afgegeven bewijzen aan zeevarenden voor de door haar omschreven grenzen van reizen nabij de kust kunnen door de andere Partijen worden erkend voor diensten binnen door hen omschreven grenzen aan reizen nabij de kust, mits de desbetreffende Partijen een regeling treffen waarin de betrokken handelsgebieden en andere relevante voorwaarden zijn vastgelegd. 6 De Partijen die reizen nabij de kust omschrijven in overeenstemming met de vereisten van dit voorschrift: .1 voldoen aan de beginselen die van toepassing zijn op reizen nabij de kust omschreven in sectie A-I/3; .2 doen de Secretaris-Generaal in overeenstemming met de vereisten van voorschrift I/7 de gegevens van de aangenomen bepalingen toekomen; en .3 nemen de grenzen aan reizen nabij de kust op in de officiële verklaringen af te geven ingevolge voorschrift I/2, leden 5, 6 of 7. 7 Geen enkele bepaling van dit voorschrift beperkt op enigerlei wijze de rechtsbevoegdheid van de Staten, ongeacht of deze al dan niet Partij zijn bij het Verdrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.