Huidige tekst
Artikel III/6 STCW
Voorschrift III/6 Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening aan elektrotechnisch officieren 1 Iedere elektrotechnisch officier die dienst doet op een zeeschip met een hoofdvoortstuwingsinstallatie met een vermogen van 750 kW of meer dient in het bezit te zijn van een vaarbevoegdheidsbewijs. 2 Kandidaten die een vaarbevoegdheidsbewijs wensen te verkrijgen: .1 mogen niet jonger zijn dan 18 jaar; .2 hebben een gecombineerde werkplaatsvaardigheidstraining van ten minste 12 maanden voltooid en een goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten minste 6 maanden voltooid, als onderdeel van een goedgekeurd trainingsprogramma dat voldoet aan de vereisten van sectie A-III/6 van de STCW-Code en die vastgelegd is in een goedgekeurd stageboek of een gecombineerde werkplaatsvaardigheidstraining en een goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten minste 36 maanden voltooid waarvan ten minste 30 maanden diensttijd buitengaats in de machinekamers; .3 hebben een goedgekeurde opleiding en training voltooid en voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-III/6 van de STCW-Code; en .4 voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-VI/1, tweede punt, sectie A-VI/2, eerste tot en met vierde punt, sectie A-VI/3, eerste tot en met vierde punt, en sectie A-VI/4, eerste tot en met derde punt, van de STCW-Code. 3 Elke Partij vergelijkt de eisen van bekwaamheid die zij stelde aan elektrotechnisch officieren aan boord voor bewijzen afgegeven vóór 1 januari 2012 met de eisen voorgeschreven voor het desbetreffende bewijs in sectie A-III/6 van de STCW-Code, en onderzoekt of van deze officieren verlangd dient te worden dat zij zich laten bijscholen. 4 Zeevarenden kunnen door de Partij worden geacht aan de eisen van dit voorschrift te voldoen, indien zij in een desbetreffende hoedanigheid dienst hebben gedaan gedurende een periode van ten minste 12 maanden binnen de afgelopen 60 maanden voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit voorschrift voor die Partij en voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-III/6 van de STCW-Code. 5 Niettegenstaande de bovenstaande vereisten van de leden 1 tot en met 4 kan een naar behoren gekwalificeerde persoon door een Partij geacht worden in staat te zijn bepaalde functies van sectie A-III/6 te verrichten.