Huidige tekst
Artikel I/10 STCW
Voorschrift I/10 Erkenning van bewijzen 1 Elke Administratie waarborgt dat de bepalingen van dit voorschrift in acht worden genomen bij de erkenning, door middel van een officiële verklaring in overeenstemming met voorschrift I/2, lid 7, van een door of op gezag van een andere Partij afgegeven bewijs aan een kapitein, officier of radio-operator en dat: .1 de Administratie door middel van een evaluatie van die Partij, die een inspectie van de voorzieningen en procedures kan omvatten, heeft bevestigd dat volledig wordt voldaan aan de vereisten van het Verdrag betreffende de normen van bekwaamheid, opleiding en diplomering en kwaliteitsnormen; en .2 met de desbetreffende Partij een regeling is getroffen dat onverwijld kennisgeving wordt gedaan van wezenlijke wijzigingen in de regelingen voor opleiding en diplomering in overeenstemming met het Verdrag. 2 Er dienen maatregelen te worden vastgesteld om te waarborgen dat zeevarenden die bewijzen voor erkenning overleggen die zijn afgegeven krachtens de bepalingen van de voorschriften II/2, III/2 of III/3 of ingevolge voorschrift VII/1 op managementniveau zoals omschreven in de STCW-Code, beschikken over voldoende kennis van de maritieme wetgeving van de Administratie die van toepassing is op de functies die zij mogen vervullen. 3 In overeenstemming met de vereisten van voorschrift I/7 wordt de Secretaris-Generaal in kennis gesteld van ingevolge dit voorschrift verstrekte informatie en overeengekomen maatregelen. 4 Bewijzen afgegeven door of onder het gezag van een staat die geen Partij is, worden niet erkend. 5 Onverminderd het vereiste van voorschrift I/2, lid 7, mag een Administratie, indien de omstandigheden dat vereisen en met inachtneming van de bepalingen van lid 1, een zeevarende toestaan gedurende een periode van ten hoogste drie maanden dienst te doen aan boord van een schip dat gerechtigd is haar vlag te voeren, mits deze in het bezit is van een passend en geldig bewijs dat door een andere Partij conform de vereisten is afgegeven en voorzien van een officiële verklaring voor gebruik aan boord van een schip van die andere Partij, maar welk bewijs nog niet zodanig is voorzien van een officiële verklaring dat het geschikt is voor dienst aan boord van schepen die gerechtigd zijn de vlag van de Administratie te voeren. Schriftelijk bewijs dat een aanvraag om een officiële verklaring is ingediend bij de Administratie dient voorhanden te zijn. 6 Uit hoofde van de bepalingen van dit voorschrift door een Administratie afgegeven bewijzen ter erkenning van en officiële verklaringen ter bevestiging van de erkenning van een door een andere Partij afgegeven bewijs mogen niet worden gebruikt als basis voor verdere erkenning door een andere Administratie.