Huidige tekst
Artikel III/1 STCW
Voorschrift III/1 Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening aan officieren belast met de machinekamerwacht in een bemande machinekamer of de aangewezen scheepswerktuigkundigen belast met de wacht in een tijdelijk onbemande machinekamer 1 Iedere officier belast met de machinekamerwacht in een bemande machinekamer of een aangewezen scheepswerktuigkundige belast met de wacht in een tijdelijk onbemande machinekamer op een zeeschip met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer dient in het bezit te zijn van een vaarbevoegdheidsbewijs. 2 Kandidaten die een vaarbevoegdheidsbewijs wensen te verkrijgen: .1 mogen niet jonger zijn dan 18 jaar; .2 hebben een gecombineerde werkplaatsvaardigheidstraining en een goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten minste 12 maanden voltooid als onderdeel van een goedgekeurd trainingsprogramma dat een training aan boord omvat die voldoet aan de vereisten van sectie A-III/1 van de STCW-Code en die vastgelegd is in een goedgekeurd stageboek of een gecombineerde werkplaatsvaardigheidstraining en een goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten minste 36 maanden voltooid waarvan ten minste 30 maanden diensttijd buitengaats in de machinekamers; .3 hebben tijdens de vereiste diensttijd buitengaats onder toezicht van de hoofdwerktuigkundige of een bevoegde scheepswerktuigkundige gedurende ten minste 6 maanden wachtdienst in de machinekamer verricht; .4 hebben een goedgekeurde opleiding en training voltooid en voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-III/1 van de STCW-Code; en .5 voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-VI/1, tweede punt, sectie A-VI/2, eerste tot en met vierde punt, sectie A-VI/3, eerste tot en met vierde punt, en sectie A-VI/4, eerste tot en met derde punt, van de STCW-Code.