Huidige tekst
Artikel III/5 STCW
Voorschrift III/5 Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening aan gezellen als gekwalificeerd gezel in een bemande machinekamer of die zijn aangewezen om dienst te doen in een tijdelijk onbemande machinekamer 1 Iedere gekwalificeerde gezel op een zeeschip met een voorstuwingsvermogen van 750 kW of meer dient in het bezit te zijn van een passend bewijs. 2 Kandidaten die een bewijs wensen te verkrijgen: .1 mogen niet jonger zijn dan 18 jaar; .2 voldoen aan de vereisten voor vaarbevoegdheidsverlening als gezel die deel uitmaakt van de wacht in een bemande machinekamer of is aangewezen om taken te verrichten in een tijdelijk onbemande machinekamer; .3 dienen bevoegd te zijn als gezel die deel uitmaakt van een machinekamerwacht en hebben een goedgekeurde diensttijd buitengaats in de machinekamers verricht van: .3.1 ten minste 12 maanden, of .3.2 van ten minste 6 maanden en hebben een goedgekeurde opleiding voltooid; en .4 voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-III/5 van de STCW-Code. 3 Elke Partij vergelijkt de eisen van bekwaamheid die zij stelde aan gezellen in de machinekamers voor bewijzen afgegeven vóór 1 januari 2012 met de eisen voorgeschreven voor het desbetreffende bewijs in sectie A-III/5 van de STCW-Code en onderzoekt of het noodzakelijk is van deze gezellen te verlangen dat zij zich laten bijscholen. 4 Zeevarenden kunnen door de Partij worden geacht aan de eisen van dit voorschrift te voldoen, indien zij in een desbetreffende hoedanigheid machinekamerdienst hebben gedaan gedurende een periode van ten minste 12 maanden binnen de afgelopen 60 maanden voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit voorschrift voor die Partij.