Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978

STCW

Huidige tekst

Artikel III/4 STCW

Geldt sinds 1 januari 2012

Voorschrift III/4 Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening aan gezellen die deel uitmaken van de machinekamerwacht in een bemande machinekamer of zijn aangewezen om dienst te doen in een tijdelijk onbemande machinekamer 1 Iedere gezel die deel uitmaakt van een machinekamerwacht of is aangewezen om dienst te doen in een tijdelijk onbemande machinekamer op een zeeschip met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer, uitgezonderd gezellen in opleiding en gezellen wier taken van ongeschoolde aard zijn, dient in het bezit te zijn van een passend bewijs op grond waarvan hij bevoegd is om deze taken te verrichten. 2 Kandidaten die een bewijs wensen te verkrijgen: .1 mogen niet jonger zijn dan 16 jaar; .2 hebben: .2.1 een goedgekeurde diensttijd buitengaats vervuld waarvan ten minste zes maanden opleiding en ervaring, of .2.2 een bijzondere opleiding voltooid, hetzij vóór, hetzij tijdens het verblijf aan boord, met inbegrip van een goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten minste twee maanden; en .3 voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-III/4 van de STCW-Code. 3 De diensttijd buitengaats, opleiding en ervaring, vereist volgens de leden 2.2.1 en 2.2.2 dienen verband te houden met het verrichten van functies op het gebied van de machinekamerwacht en deze dienen taken te omvatten die worden verricht onder rechtstreeks toezicht van een bevoegde scheepswerktuigkundige of een bevoegde gezel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.