Wet waardering onroerende zaken

WOZ

Huidige tekst

Artikel 30a WOZ

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Het bedrag dat strekt tot vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, onder toepassing van de nadere regels gesteld krachtens het vierde lid van dat artikel, wordt, voor zover die kosten betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in het kader van het bezwaar tegen een besluit genomen op grond van het gestelde bij of krachtens deze wet of titel IV, hoofdstuk XV, paragraaf 2, van de Gemeentewet of tegen een daarmee verband houdend besluit, vermenigvuldigd met 0,125. De eerste zin vindt geen toepassing in geval van bijzondere omstandigheden in de zin van de nadere regels gesteld krachtens artikel 7:15, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  2. 2

    In geval van een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, onder toepassing van de nadere regels gesteld krachtens de laatste zin van artikel 8:75, eerste lid, van die wet, of in geval van een veroordeling in de kosten waarbij artikel 8:75 van die wet van overeenkomstige toepassing is verklaard, wordt, voor zover die kosten betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in het kader van het beroep, hoger beroep of beroep in cassatie bij de bestuursrechter betreffende een besluit genomen op grond van het gestelde bij of krachtens deze wet of titel IV, hoofdstuk XV, paragraaf 2, van de Gemeentewet of een daarmee verband houdend besluit, het bedrag dat strekt tot de vergoeding van die kosten vermenigvuldigd met: a.0,25, indien het bestreden besluit wordt vernietigd of gewijzigd; b.0,10 in alle overige gevallen. De eerste zin vindt geen toepassing in geval van bijzondere omstandigheden in de zin van de nadere regels gesteld krachtens artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  3. 3

    De bestuursrechter kent in het kader van het beroep, hoger beroep of beroep in cassatie betreffende een besluit genomen op grond van het gestelde bij of krachtens deze wet of titel IV, hoofdstuk XV, paragraaf 2, van de Gemeentewet of een daarmee verband houdend besluit, uitsluitend op verzoek, bij overschrijding van de redelijke termijn een vergoeding van immateriële schade toe van € 50 per half jaar waarmee die termijn is overschreden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Ingeval de procedure eveneens een boetebeschikking betreft, wordt daarnaast de boetebeschikking verminderd.

  4. 4

    Onverminderd de artikelen 7:15, vijfde lid, en 8:75, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, al dan niet in samenhang met artikel 8:108, eerste lid, van die wet of de artikelen 29 of 29f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, vinden uitbetalingen ingevolge een beslissing op bezwaar of uitspraak op beroep, hoger beroep of beroep in cassatie betreffende een besluit genomen op grond van het gestelde bij of krachtens deze wet of titel IV, hoofdstuk XV, paragraaf 2, van de Gemeentewet of een daarmee verband houdend besluit, waaronder uitbetalingen van vergoedingen als bedoeld in de voorgaande leden, dwangsommen als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en vergoedingen van het betaalde griffierecht als bedoeld in artikel 8:74 van die wet, uitsluitend plaats op een bankrekening die op naam staat van de belanghebbende.

  5. 5

    Vorderingen tot uitbetaling als bedoeld in het vierde lid zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1486Hoge Raad, 18 september 2026 (belastingrecht)

    Wet waardering onroerende zaken; procesrecht; art. 8:75, lid 1, Awb; wegingsfactor: herberekening proceskostenvergoeding beroepsfase; eindarrest na tussenarrest HR 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:827

  • ECLI:NL:PHR:2025:959Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2025 (belastingrecht)

    Bpm; prejudiciële vragen over de overgang van de NEDC- naar de WLTP-testmethode voor de vaststelling van de CO2-uitstoot; vervolg op HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:653; dezelfde Europese…

  • ECLI:NL:HR:2025:985Hoge Raad, 24 juni 2025 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Korting proceskostenvergoeding i.g.v. rechtsbijstand o.b.v. “no cure no pay”, art. 13a.2 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Levert art.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:652Parket bij de Hoge Raad, 30 mei 2025 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623 , 24/04264 ECLI:NL:PHR:2025:624 en 24/04267 ECLI:NL:PHR:2025:625

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7483Rechtbank Oost-Brabant, 22 oktober 2026 (belastingrecht)

    Hoogte van de proceskostenvergoeding in een WOZ-zaak. Eiser heeft niet aangetoond dat zijn rechtsbijstandverlener (Previcus) in 2025 een bijzonder geval was. De door Previcus ingediende facturen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9784Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    WOZ, beroep gegrond, proceskostenvergoeding, de gemachtigde van belanghebbende kwalificeert als een bijzonder geval in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9780Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    WOZ, traditionele molen, beroep gegrond.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:3076Gerechtshof Den Haag, 7 oktober 2026 (belastingrecht)

    Art. 30a Wet WOZ, Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm. Beoordelingsmoment bijzonder geval. Geen no cure no pay op het moment van instellen beroep en hoger beroep.

744 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.