Wet waardering onroerende zaken

WOZ

Huidige tekst

Artikel 27 WOZ

Geldt sinds 1 januari 2007

  1. 1

    Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de waarde te laag is vastgesteld, kan de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar de in artikel 22, eerste lid, of artikel 26, eerste lid, bedoelde beschikking herzien bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Een feit dat de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor herziening opleveren.

  2. 2

    De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van vijf jaren na de vaststelling van de in artikel 22, eerste lid, of artikel 26, eerste lid, bedoelde beschikking.

  3. 3

    Artikel 24, derde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:585Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2024 (belastingrecht)

    Art. 28 Wet WOZ. Art. 26a AWR. Medebelanghebbendebeschikking. Non-toezendingsvereiste. Staat de omstandigheid dat een WOZ-beschikking is genomen ten aanzien van ‘de erven’, eraan in de weg dat een…

  • ECLI:NL:PHR:2023:290Parket bij de Hoge Raad, 10 maart 2023 (belastingrecht)

    Art. 29 en 30 Wet WOZ; art. 2 Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken; art. 7:15 Awb. Is de heffingsambtenaar bevoegd om binnen de bezwaartermijn een vastgestelde WOZ-waarde ambtshalve te…

  • ECLI:NL:PHR:2022:682Parket bij de Hoge Raad, 8 juli 2022 (belastingrecht)

    Onterechte fiscale-eenheidsbeschikking op basis van onvolledige informatie; (geen) economische eigendom. Willekeurige afschrijving; scheepvaart-CV. Navordering; betekenis van de onjuiste beschikking…

  • ECLI:NL:PHR:2021:736Parket bij de Hoge Raad, 4 augustus 2021 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag hoe de woondelenvrijstelling van artikel 220e van de Gemeentewet moet worden toegepast voor de vaststelling van de heffingsmaatstaf voor de…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4636Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    Wet Woz. Waardevaststelling woning.

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3646Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 november 2024 (belastingrecht)

    Belanghebbenden vragen negen jaar na het overlijden van erflaatster om een op hun naam gestelde WOZ-beschikking op grond van artikel 26 Wet WOZ. Het hof is van oordeel dat, ondanks dat de termijn om…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:3226Rechtbank Noord-Holland, 28 februari 2023 (belastingrecht)

    WOZ. Onjuiste objectafbakening. De onderhavige zaak betreft een pand waarin naast een sportschool een praktijk voor fysiotherapie is gevestigd. De heffingsambtenaar heeft voor het jaar 2018 een…

  • ECLI:NL:RBMNE:2022:1035Rechtbank Midden-Nederland, 3 maart 2022 (belastingrecht)

    WOZ-waarde; twee woningen; vergelijkingsmethode; standaard; beroep gegrond.

71 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.