Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wrra

Huidige tekst

Artikel 5g Wrra

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    Een rechterlijk ambtenaar legt bij een benoeming in een ambt voorafgaand aan de datum van indiensttreding de eed of belofte af een overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld formulier.

  2. 2

    Bij een opvolgende benoeming in een ambt, dat bij hetzelfde gerecht of parket wordt vervuld, wordt een rechterlijk ambtenaar, in afwijking van het eerste lid, niet opnieuw beëdigd, tenzij het: a.de benoeming tot president van of procureur-generaal bij de Hoge Raad betreft; of b.de benoeming van een gerechtsauditeur, niet tevens zijnde raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger, of de griffier van de Hoge Raad betreft.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de beëdiging van rechterlijke ambtenaren.

  4. 4

    In afwijking van het eerste lid worden niet als zodanig beëdigd de plaatsvervangers van rechtswege alsmede de door het College van procureurs-generaal benoemde plaatsvervangers.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:435Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2024 (strafrecht)

    Conclusie PG. Veroordeling wegens zware mishandeling en vernieling (art. 302 en 350 Sr). In het tweede middel wordt geklaagd dat het arrest van het hof mede is gewezen door een raadsheer die niet als…

  • ECLI:NL:HR:2022:1438Hoge Raad, 21 oktober 2022 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Onvolkomenheden bij beëdiging van raadsheren bij hof ’s-Hertogenbosch, art. 5.2 en 6.2 wet RO. 1. Heeft omstandigheid dat bij afleggen van eed of belofte door…

  • ECLI:NL:PHR:2022:819Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2022 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de…

  • ECLI:NL:PHR:2022:820Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2022 (belastingrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:8593Rechtbank Den Haag, 27 juli 2022 (civiel recht)

    De Staat krijgt geen kans alsnog een conclusie van antwoord te nemen. Onbevoegd genomen rolbeslissing opgenomen in eindvonnis. Vordering tegen de Staat wordt als onvoldoende weersproken toegewezen.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:591Rechtbank Rotterdam, 6 januari 2022 (bestuursrecht)

    Verzet ongegrond, de rechtbank heeft in de buiten-zittingsuitspraak terecht geoordeeld dat zij het beroep zonder zitting kon afdoen. Verweerder kan niet worden aangemerkt als bestuursorgaan, zodat…

  • ECLI:NL:PHR:2020:360Parket bij de Hoge Raad, 3 april 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Arbeidsrecht; procesrecht. Vervolg op HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187. Vordering billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Klacht over behandeling bij hof door…

  • ECLI:NL:RVS:2018:2015Raad van State, 20 juni 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 8 juli 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2015 definitief op nihil gesteld en € 942,00 aan teveel betaalde voorschotten van hem teruggevorderd.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.