Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wrra

Huidige tekst

Artikel 44 Wrra

Geldt sinds 19 september 2018

  1. 1

    Rechterlijke ambtenaren, met uitzondering van de plaatsvervangers, rechters in opleiding en officieren in opleiding, kunnen niet tevens advocaat of notaris zijn dan wel anderszins van het verlenen van rechtskundige bijstand een beroep maken.

  2. 2

    Een advocaat kan niet tevens werkzaam zijn als rechter-plaatsvervanger in de rechtbank in het arrondissement waarin hij kantoor houdt onderscheidenlijk als raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof tot het rechtsgebied waarvan het arrondissement behoort waarin hij kantoor houdt.

  3. 3

    Degene die als rechterlijk ambtenaar werkzaam is bij een tot het openbaar ministerie behorend parket, kan niet tevens werkzaam zijn als rechter-plaatsvervanger in een rechtbank of als raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof. De eerste volzin is niet van toepassing gedurende de periode waarin aan hem voor het gemiddeld aantal uren per week waarvoor hij is aangesteld op zijn verzoek buitengewoon verlof is verleend.

  4. 4

    Rechterlijke ambtenaren vervullen geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

  5. 5

    Rechterlijke ambtenaren stellen de functionele autoriteit in kennis van de betrekkingen die zij buiten hun ambt vervullen. Zo mogelijk geschiedt de kennisgeving zodra het voornemen bestaat tot het gaan vervullen van de betrekking. Ook indien zij geen betrekkingen buiten het ambt vervullen, stellen zij de functionele autoriteit daarvan in kennis.

  6. 6

    De functionele autoriteit beoordeelt of de vervulling van de betrekking ongewenst is met het oog op de in het vierde lid genoemde gronden. Ten aanzien van de met rechtspraak belaste rechterlijke ambtenaren, niet zijnde president, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de president van het gerecht waar betrokkene werkzaam is. Ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die tevens president zijn van een rechtbank binnen het rechtsgebied van een gerechtshof, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de president van dat gerechtshof. Ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die tevens president zijn van een gerechtshof, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de president van de Hoge Raad.

  7. 7

    Bij een kennisgeving als bedoeld in het vijfde lid, eerste volzin, worden de volgende gegevens gemeld: a.een korte omschrijving van de betrekking alsmede het soort bedrijf of instantie waar de betrekking wordt vervuld; b.de naam van het bedrijf of de instantie waar de betrekking wordt vervuld; c.de plaats waar de betrekking wordt vervuld; d.of de betrekking bezoldigd is of onbezoldigd; e.het tijdstip van aanvang en beëindiging van vervulling van de betrekking; f.de omvang van de betrekking in uren per maand; en g.de hoogte van de bezoldiging per jaar, aan te geven in categorieën; met dien verstande dat de plaatsvervangers, in afwijking van de onderdelen f en g, van hun hoofdbetrekking de omvang en de hoogte van de bezoldiging niet behoeven te melden.

  8. 8

    De kennisgevingen worden jaarlijks geactualiseerd.

  9. 9

    Onze Minister stelt de procureur-generaal bij de Hoge Raad in kennis van de betrekkingen die de leden van het College van procureurs-generaal buiten hun ambt vervullen.

  10. 10

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van het vijfde, zevende en achtste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1207Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (belastingrecht)

    Wraking in belastingzaak. Nevenbetrekkingen van behandelend raadsheer zijn tijdelijk niet zichtbaar op website Rechtspraak.nl. Bespreking ten overvloede van problemen met aangetekende verzending van…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1208Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (belastingrecht)

    Wraking in belastingzaak. Nevenbetrekkingen van behandelend raadsheer zijn tijdelijk niet zichtbaar op website Rechtspraak.nl. Bespreking ten overvloede van problemen met aangetekende verzending van…

  • ECLI:NL:PHR:2024:858Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Wraking van lid-beroepsgenoot van Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vanwege deelname aan dezelfde professionele werkgroep als beklaagde. Objectief…

  • ECLI:NL:HR:2022:513Hoge Raad, 5 april 2022 (strafrecht)

    Militaire zaak, Schaarsbergen-zaak. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd (art. 285 Sr). Schending van recht op behandeling zaak door onafhankelijke…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2444Gerechtshof Den Haag, 26 november 2025 (civiel recht)

    Afgewezen wrakingsverzoek

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:2599Gerechtshof Amsterdam, 6 augustus 2024 (civiel recht)

    Inhoud: in geschil is of het tussen partijen geldende nevenwerkzaamhedenbeding nietig of ongeldig is. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. De werkgever mag de werknemer verbieden om zijn…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:1859Centrale Raad van Beroep, 26 augustus 2022 (ambtenarenrecht)

    Nevenbetrekking gerechtsauditeur CRvB. 1) De bestuursbeslissing van 16 maart 2021 is een (wetsinterpreterende) beleidsregel. Bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. 2) Toestemming voor het…

  • ECLI:NL:PHR:2022:186Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2022 (strafrecht)

    Aanvullende conclusie AG in Schaarsbergen-zaak. Schijn van partijdigheid militair lid van de militaire kamer van het hof Arnhem-Leeuwarden vanwege formeel dienstverband bij het openbaar ministerie…

32 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.