Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wrra

Huidige tekst

Artikel 46o Wrra

Geldt sinds 1 juli 2010

  1. 1

    De Hoge Raad neemt de in dit hoofdstuk bedoelde beslissingen op vordering van de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Over beëindiging van een schorsing beslist de Hoge Raad op vordering van de procureur-generaal dan wel op verzoek van de betrokken rechterlijk ambtenaar.

  2. 2

    De vordering van de procureur-generaal, bedoeld in het eerste lid, geschiedt ambtshalve dan wel naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van de functionele autoriteit van de betrokken rechterlijk ambtenaar. Indien de betrokken rechterlijk ambtenaar werkzaam is bij een gerechtshof of een rechtbank en daarvan niet tevens president is, wordt in de eerste volzin onder functionele autoriteit verstaan: de rechterlijk ambtenaar die tevens president van dat gerechtshof onderscheidenlijk die rechtbank is. Indien de betrokken rechterlijk ambtenaar werkzaam is bij een gerechtshof onderscheidenlijk een rechtbank en daarvan tevens president is, wordt in de eerste volzin onder functionele autoriteit verstaan: de president van de Hoge Raad onderscheidenlijk de rechterlijk ambtenaar die tevens president is van het gerechtshof tot het rechtsgebied waarvan die rechtbank behoort.

  3. 3

    De procureur-generaal vordert niet dan nadat hij de rechterlijk ambtenaar in de gelegenheid heeft gesteld om zijn zienswijze schriftelijk of mondeling naar voren te brengen. Van het mondeling naar voren brengen van de zienswijze wordt een proces-verbaal opgemaakt dat door de betrokken rechterlijk ambtenaar en de procureur-generaal wordt ondertekend. Weigert de rechterlijk ambtenaar het proces-verbaal te ondertekenen, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Aan de rechterlijk ambtenaar wordt een afschrift van het proces-verbaal verstrekt.

  4. 4

    De vordering wordt door de procureur-generaal gemotiveerd en schriftelijk ingesteld. Bij de vordering wordt in elk geval het proces-verbaal, bedoeld in het derde lid, gevoegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1026Hoge Raad, 26 juni 2026 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering Procureur-Generaal bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 46o Wrra tot ontslag rechter-plaatsvervanger op grond van art. 46m, aanhef en onder d, Wrra.

  • ECLI:NL:HR:2026:778Hoge Raad, 22 mei 2026 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot ontslag rechterlijk ambtenaar o.g.v. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, art. 46i.1 en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

  • ECLI:NL:HR:2024:1158Hoge Raad, 13 september 2024 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot ontslag rechterlijk ambtenaar o.g.v. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, art. 46i.1 en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

  • ECLI:NL:HR:2023:1019Hoge Raad, 7 juli 2023 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering procureur-generaal bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 46o Wrra, tot het opleggen van de disciplinaire maatregel van schriftelijke berisping als bedoeld in art.…

  • ECLI:NL:HR:2023:328Hoge Raad, 24 februari 2023 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering Procureur-Generaal bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 46o Wrra, op verzoek van functionele autoriteit, tot ontslag rechter-plaatsvervanger op grond van art. 46m…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1261Parket bij de Hoge Raad, 23 december 2022 (civiel recht)

    Voormalig rechter in opleiding die in het kader van opleiding was benoemd tot rechter-plaatsvervanger wordt niet meer ingezet als plaatsvervanger omdat de opleiding is beëindigd vanwege een negatieve…

  • ECLI:NL:HR:2022:1310Hoge Raad, 23 september 2022 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot ontslag van rechterlijk ambtenaar o.g.v. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, art. 46i.1 en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

  • ECLI:NL:PHR:2022:853Parket bij de Hoge Raad, 23 september 2022 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot ontslag van rechterlijk ambtenaar o.g.v. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, art. 46i.1 en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

44 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.