Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wrra

Huidige tekst

Artikel 5b Wrra

Geldt sinds 1 januari 2017

  1. 1

    In geval van benoeming van een rechterlijk ambtenaar in een bij een gerechtshof of rechtbank te vervullen ambt als bedoeld in artikel 2, eerste, zesde en achtste lid, wordt bij besluit van de Raad voor de rechtspraak, overeenkomstig de aanbeveling van het betrokken gerechtsbestuur, vastgesteld bij welk gerechtshof of welke rechtbank dat ambt door hem wordt vervuld.

  2. 2

    In geval van benoeming van een rechterlijk ambtenaar in een bij een tot het openbaar ministerie behorend parket te vervullen ambt als bedoeld in artikel 2, tweede, derde en achtste lid, wordt bij besluit van Onze Minister vastgesteld bij welk parket dat ambt door hem wordt vervuld. De eerste volzin is niet van toepassing in geval van een benoeming in het ambt van procureur-generaal of landelijk hoofdadvocaat-generaal.

  3. 3

    In geval van een benoeming van een rechterlijk ambtenaar in een bij een tot het openbaar ministerie behorend parket te vervullen ambt door het College van procureurs-generaal als bedoeld in artikel 2, vierde en vijfde lid, wordt bij besluit van het College van procureurs-generaal vastgesteld bij welk parket dat ambt door hem wordt vervuld.

  4. 4

    Wijziging op verzoek van de betrokken rechterlijk ambtenaar van de vaststelling van het gerechtshof of de rechtbank onderscheidenlijk het parket waarbij een ambt als bedoeld in het eerste lid, tweede lid onderscheidenlijk derde lid wordt vervuld, geschiedt eveneens bij besluit van de Raad voor de rechtspraak, Onze Minister onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:819Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2022 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de…

  • ECLI:NL:PHR:2022:820Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2022 (belastingrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1255Parket bij de Hoge Raad, 10 december 2021 (personen- en familierecht)

    Verzoek verwijzing naar ander gerechtshof op grond van art. 62b Wet RO; verzoek vaststelling partneralimentatie op grond van art. 1:401 lid 1 (wijziging van omstandigheden) en lid 4 BW (onjuiste of…

  • ECLI:NL:PHR:2017:931Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2017 (civiel recht)

    Procesrecht. Beschikking mede gegeven door raadsheer-plaatsvervanger die nog niet als zodanig beëdigd was. Nietigheid van de beschikking? Art. 5 en 6 Wet RO; art. 5g Wrra. HR 18 november 2016…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.