Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wrra

Huidige tekst

Artikel 5a Wrra

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    De benoeming in het ambt van president van, vice-president van of raadsheer in de Hoge Raad onderscheidenlijk procureur-generaal, plaatsvervangend procureur-generaal of advocaat-generaal bij de Hoge Raad kan op verzoek van de betrokkene, nadat hij de leeftijd van eenenzestig jaren heeft bereikt, worden gewijzigd in een benoeming in het ambt van raadsheer in buitengewone dienst onderscheidenlijk advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad.

  2. 2

    Een wijziging van de benoeming als bedoeld in het eerste lid wordt voor de vaststelling van aanspraken en verplichtingen ten aanzien van pensioenen en uitkeringen wegens vrijwillig vervroegd uittreden gelijkgesteld met ontslag. Artikel 46n is niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst bij en advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad.

  3. 3

    In het ambt van raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad kan tevens worden benoemd degene die als lid is benoemd in een ander onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat in hoogste ressort met bestuursrechtspraak is belast.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.