Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wrra

Huidige tekst

Artikel 46f Wrra

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Een rechterlijk ambtenaar wordt door de Hoge Raad geschorst, indien en voor zolang: a.hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; b.hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf is veroordeeld tot een vrijheidsstraf dan wel hem bij een dergelijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft.

  2. 2

    Een rechterlijk ambtenaar kan door de Hoge Raad worden geschorst, indien: a.hij wordt vervolgd wegens een misdrijf; b.hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf is veroordeeld tot een andere straf dan een vrijheidsstraf; c.aan hem een nog niet onherroepelijke strafbeschikking is opgelegd wegens het plegen van een misdrijf; d.hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft gekregen, dan wel wegens schulden is gegijzeld; e.er een ander ernstig vermoeden is voor het bestaan van feiten of omstandigheden die tot ontslag, anders dan op grond van artikel 46h, 46i of 46k, zouden kunnen leiden.

  3. 3

    Een schorsing als bedoeld in het tweede lid eindigt na drie maanden, met dien verstande dat de Hoge Raad de schorsing telkens voor ten hoogste drie maanden kan verlengen.

  4. 4

    De Hoge Raad beëindigt een schorsing als bedoeld in het tweede lid zodra de grond hiervoor is vervallen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2020:166Hoge Raad, 31 januari 2020 (strafrecht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot schorsing van rechter in Rb als rechterlijk ambtenaar, art. 46f.2.e en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Gelet op onherroepelijk aan betrokkene…

  • ECLI:NL:HR:2010:BN5907Hoge Raad, 13 augustus 2010 (civiel recht)

    Vordering tot schorsing ex art. 46o en 46 f, tweede lid sub b, Wrra.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AX8884Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2005 (strafrecht)

    Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot verlenging schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. De sluiting van het tegen betrokkene t.z.v. een misdrijf ingestelde GVO is op 14-10-05…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AX8882Parket bij de Hoge Raad, 28 september 2005 (strafrecht)

    Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot verlenging schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. De HR verwijst naar zijn arrest van 7-7-05 en is van oordeel dat de gronden waarop de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4897Gerechtshof Amsterdam, 19 maart 2013 (civiel recht)

    Hoger beroep tegen twee beslissingen van de (fungerend) voorzitter van de kamer voor het notariaat, waarbij de (fungerend) voorzitter de notaris heeft geschorst in de uitoefening van zijn ambt als…

  • ECLI:NL:HR:2005:AX8879Hoge Raad, 7 juli 2005 (strafrecht)

    Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. De HR is van oordeel dat aard en ernst van de feiten waarvan betrokkene wordt verdacht meebrengen dat…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AX8879Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2005 (strafrecht)

    Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. De HR is van oordeel dat aard en ernst van de feiten waarvan betrokkene wordt verdacht meebrengen dat…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.