Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wrra

Huidige tekst

Artikel 1 Wrra

Geldt sinds 16 november 2023

  1. 1

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming; b.rechterlijke ambtenaren: de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet op de rechterlijke organisatie; c.salaris: het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar in verband met het vervullen van een ambt, met inachtneming van het bij of krachtens de artikelen 1ab, 7 en 9, eerste en derde lid, van deze wet bepaalde, aanspraak heeft; d.bezoldiging: het salaris van de rechterlijk ambtenaar, vermeerderd met een periodieke schadeloosstelling of een andere geldelijke tegemoetkoming bij of krachtens deze wet, en met de toelagen, die in de op deze wet berustende regelgeving zijn aangewezen als tot de bezoldiging behorende toelagen, waarop hij aanspraak heeft; e.ambt: de door de rechterlijk ambtenaar te vervullen functie; f.burgerlijke rijksambtenaren: degenen die door het Rijk zijn aangesteld om in burgerlijke openbare dienst werkzaam te zijn.

  2. 2

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder functionele autoriteit: a.ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een rechtbank: het bestuur van die rechtbank; b.ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een gerechtshof: het bestuur van dat gerechtshof; c.ten aanzien van de vice-presidenten van, de raadsheren in, de raadsheren in buitengewone dienst bij, de griffier en substituut-griffier van, en de gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad: de president van de Hoge Raad; d.ten aanzien van de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal, de advocaten-generaal in buitengewone dienst en de plaatsvervangende advocaten-generaal bij de Hoge Raad: de procureur-generaal bij de Hoge Raad; e.ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een arrondissementsparket: het hoofd van dat arrondissementsparket; f.ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij het landelijk parket: het hoofd van het landelijk parket; g.ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij het functioneel parket: het hoofd van het functioneel parket; h.ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie: het hoofd van het parket centrale verwerking openbaar ministerie; i.ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij het ressortsparket: het hoofd van het ressortsparket; j.ten aanzien van de hoofden van de in de onderdelen e tot en met i bedoelde parketten en de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij het parket-generaal: het College van procureurs-generaal; k.ten aanzien van de leden van het College van procureurs-generaal: Onze Minister.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1207Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (belastingrecht)

    Wraking in belastingzaak. Nevenbetrekkingen van behandelend raadsheer zijn tijdelijk niet zichtbaar op website Rechtspraak.nl. Bespreking ten overvloede van problemen met aangetekende verzending van…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1208Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (belastingrecht)

    Wraking in belastingzaak. Nevenbetrekkingen van behandelend raadsheer zijn tijdelijk niet zichtbaar op website Rechtspraak.nl. Bespreking ten overvloede van problemen met aangetekende verzending van…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1261Parket bij de Hoge Raad, 23 december 2022 (civiel recht)

    Voormalig rechter in opleiding die in het kader van opleiding was benoemd tot rechter-plaatsvervanger wordt niet meer ingezet als plaatsvervanger omdat de opleiding is beëindigd vanwege een negatieve…

  • ECLI:NL:PHR:2022:819Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2022 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:2526Rechtbank Rotterdam, 10 februari 2026 (civiel recht)

    Verzoek voorlopig getuigenverhoor toegewezen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1234Parket bij de Hoge Raad, 7 oktober 2021 (civiel recht)

    Vordering Procureur-Generaal bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 46o Wrra, op verzoek van functionele autoriteit, tot ontslag rechter-plaatsvervanger op grond van art. 46m, aanhef en onder d, Wrra.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1236Parket bij de Hoge Raad, 23 augustus 2021 (civiel recht)

    Vordering Procureur-Generaal bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 46o Wrra, op verzoek van functionele autoriteit, tot ontslag rechter-plaatsvervanger op grond van art. 46m, aanhef en onder d, Wrra.…

  • ECLI:NL:HR:2020:1312Hoge Raad, 17 juli 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Arbeidsrecht; procesrecht. Vervolg op HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187. Vordering billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Klacht over behandeling bij hof door…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.