Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Vpb

Huidige tekst

Artikel 15b Vpb

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Bij het bepalen van de in een jaar genoten winst komt het saldo aan renten niet in aftrek voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van de volgende bedragen: a.24,5% van de gecorrigeerde winst; b.€ 1.000.000.

  2. 2

    Het saldo aan renten is het bedrag aan rentelasten ter zake van geldleningen verminderd met het bedrag aan rentebaten ter zake van geldleningen, welke rentelasten en rentebaten zonder toepassing van dit artikel en vóór toepassing van de artikelen 15be en 15bf in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst. Het saldo aan renten bedraagt ten minste nihil.

  3. 3

    De gecorrigeerde winst, bedoeld in het eerste lid, is de winst zoals die zonder toepassing van het eerste lid wordt bepaald: a.vermeerderd met het bedrag van de afschrijvingen op een bedrijfsmiddel van het jaar zoals dat zonder toepassing van het zevende lid wordt bepaald; b.vermeerderd met het bedrag van de afwaarderingen tot lagere bedrijfswaarde van een bedrijfsmiddel van het jaar en verminderd met het bedrag van de terugnamen van afwaarderingen tot lagere bedrijfswaarde van een bedrijfsmiddel van het jaar; en c.vermeerderd met het saldo aan renten van het jaar, met uitzondering van het in dat saldo begrepen bedrag aan renten ter zake van geldleningen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel d; waarbij de gecorrigeerde winst ten minste op nihil wordt gesteld.

  4. 4

    Onder het saldo aan renten worden niet begrepen rentelasten ter zake van geldleningen en rentebaten ter zake van geldleningen voor zover die deel uitmaken van winst uit een andere staat als bedoeld in artikel 15e waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten van toepassing is.

  5. 5

    Voor zover in een jaar het saldo aan renten ingevolge het eerste lid niet in aftrek komt, wordt dat voortgewenteld naar het volgende jaar en komt dat in aftrek bij het bepalen van de winst van dat jaar, voor zover het saldo aan renten van dat jaar lager is dan het hoogste van de bedragen, bedoeld in het eerste lid. Het in aftrek brengen van saldi aan renten die ingevolge het eerste lid niet in aftrek zijn gekomen, geschiedt in de volgorde waarin die saldi zijn ontstaan. De inspecteur stelt het voort te wentelen saldo aan renten van een jaar vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

  6. 6

    Voor de toepassing van dit artikel: a.wordt onder een geldlening verstaan: een vordering of schuld die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst; b.worden onder rentelasten ter zake van geldleningen mede begrepen: kosten ter zake van geldleningen en ter zake van rechtshandelingen die strekken tot het afdekken van renterisico’s of valutarisico’s ter zake van geldleningen; c.worden onder rentelasten ter zake van geldleningen en rentebaten ter zake van geldleningen mede begrepen: valutaresultaten ter zake van geldleningen, alsmede resultaten ter zake van rechtshandelingen die strekken tot het afdekken van renterisico’s of valutarisico’s ter zake van geldleningen; d.worden onder rentelasten ter zake van geldleningen mede begrepen: renten ter zake van geldleningen die vóór toepassing van het zevende lid als voortbrengingskosten van een activum worden geactiveerd, waarbij buiten beschouwing blijft dat die renten niet als zodanig in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst; e.worden onder rentelasten ter zake van geldleningen mede begrepen: bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen die op grond van artikel 12af, eerste lid, in aftrek komen bij het bepalen van de winst, voor zover deze bedragen door de toepassing van artikel 12af, tweede of derde lid, worden geacht te bestaan uit renteaftrek, onderscheidenlijk uit rentebaten.

  7. 7

    Voor zover een bedrag aan renten als bedoeld in het zesde lid, onderdeel d, meer bedraagt dan het hoogste van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden die renten in afwijking van artikel 8 juncto artikel 3.25 en 3.29b van de Wet IB 2001, niet geactiveerd als voortbrengingskosten van het activum en komen die renten niet in aftrek bij het bepalen van de in een jaar genoten winst. Daarbij geldt dat indien het saldo aan renten in een jaar naast uit renten ter zake van geldleningen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel d, bestaat uit overige rentelasten ter zake van geldleningen, die overige rentelasten in dat jaar bij voorrang niet in aftrek komen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2006:AW2299Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2006 (belastingrecht)

    Artikel 20a, lid 2, letter b, Wet Vpb, verliesverrekening, belang van een derde.

  • ECLI:NL:HR:2006:AU7742Hoge Raad, 14 april 2006 (belastingrecht)

    concernfinancieringsmaatschappij; valutaverliezen die niet ten laste van de risicoreserve zijn gekomen.

  • ECLI:NL:PHR:2006:AU7742Parket bij de Hoge Raad, 14 april 2006 (belastingrecht)

    concernfinancieringsmaatschappij; valutaverliezen die niet ten laste van de risicoreserve zijn gekomen.

  • ECLI:NL:PHR:2002:AE5299Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2002 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1081Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 april 2026 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Earningstrippingmaatregel. Belanghebbende is een factoringsmaatschappij binnen het concern. Zij neemt handelsvorderingen op derden over van groepsvennootschappen op…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:2388Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 april 2024 (belastingrecht)

    Artikel 15b van de Wet Vpb. Kwalificeert het door belanghebbende met haar non-recourse factoring activiteiten behaalde resultaat als rentebate ter zake van geldleningen in de zin van artikel 15b…

  • ECLI:NL:GHSGR:2005:AU9569Gerechtshof 's-Gravenhage, 20 december 2005 (belastingrecht)

    Vrijstelling art. 37, lid 2, b, Wbr terecht geweigerd. Constructie opgezet om de vrijstelling van kapitaalsbelasting voor fusie, splitsing, reorganisatie te verkrijgen zonder wezenlijke…

  • ECLI:NL:GHAMS:2005:AV0177Gerechtshof Amsterdam, 30 november 2005 (belastingrecht)

    Verzoek om CFM-beschikking ingediend vóór datum waarop Europese Commissie het CFM-regime heeft geschorst is na de beschikking waarbij het CFM-regime als verboden staatssteuen is aangemerkt (en de…

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.