Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Vpb

Huidige tekst

Artikel 13a Vpb

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    De belastingplichtige die al dan niet tezamen met een verbonden lichaam een als belegging gehouden belang heeft van 25% of meer in een lichaam: a.dat niet is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing, en b.waarvan de bezittingen, onmiddellijk of middellijk, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend, bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen, waardeert dat belang op de waarde in het economische verkeer.

  2. 2

    Met ingang van het tijdstip waarop het eerste lid geen toepassing meer vindt ten aanzien van de belastingplichtige, wordt de verkrijgingsprijs van het belang in het lichaam voor de bepaling van de winst gesteld op de boekwaarde van dit belang op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan dat waarop het eerste lid geen toepassing meer vindt.

  3. 3

    Voor de bepaling van de omvang van het in het eerste lid bedoelde belang blijven buiten beschouwing aandelen, bewijzen van deelgerechtigdheid, lidmaatschapsrechten en belangen in een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, of artikel 3, tweede lid, die bij de ontbinding van het lichaam niet delen in de reserves van het lichaam.

  4. 4

    In afwijking van het eerste lid wordt een waardeverandering van het belang in een lichaam niet in aanmerking genomen voor zover die waardeverandering rechtstreeks samenhangt met voordelen die uit hoofde van artikel 13ab bij het bepalen van de winst van de belastingplichtige in aanmerking zijn genomen of in mindering kunnen worden gebracht op grond van het zevende lid van dat artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:313Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 2026 (belastingrecht)

    Fiscale-eenheidsmoeder/verzekeraar heeft voorziening verzekeringsverplichtingen (VVP) op grond van de toereikendheidstoets van DNB hoger gewaardeerd dan het Besluit winstbepaling en reserves…

  • ECLI:NL:PHR:2015:72Parket bij de Hoge Raad, 6 februari 2015 (belastingrecht)

    Gevoegde dochter gaat ter beurze door gelijktijdige emissie van nieuwe aandelen en verkoop door haar moeder van bestaande aandelen in haar, waardoor zij ontvoegd wordt uit de fiscale eenheid. Staat…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BI5091Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2010 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Art. 13ca en art. 15 Wet Vpb 1969. Toepassing art. 13ca, lid 4, Wet Vpb 1969 dient plaats te vinden bij de moedermaatschappij van de fiscale eenheid. Uitleg van vervreemding…

  • ECLI:NL:HR:2006:AX2034Hoge Raad, 2 juni 2006 (belastingrecht)

    Artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 LLC transparante vennootschap c.q. deelneming.

  • ECLI:NL:RBARN:2009:BI5502Rechtbank Arnhem, 29 april 2009 (belastingrecht)

    Participatie in Limited Liability Company opgericht naar het recht van de staat Ohio van 98 procent. Belanghebbende niet onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van de LLC, want geen uitvoering…

  • ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4179Gerechtshof Amsterdam, 5 december 2007 (belastingrecht)

    Voor de toepassing van artikel 13 Wet VPB 1969 is in casu de participatie van belanghebbende in een Bermudese Limited Partnership naar analogie met de open commanditaire vennootschap te kwalificeren…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AX2034Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2006 (belastingrecht)

    Artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 LLC transparante vennootschap c.q. deelneming.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.