Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Vpb

Huidige tekst

Artikel 17 Vpb

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Ten aanzien van buitenlandse belastingplichtigen wordt de belasting geheven naar het belastbare Nederlandse bedrag; artikel 7, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Het belastbare Nederlandse bedrag is het in een jaar genoten Nederlandse inkomen verminderd met de op de voet van Hoofdstuk IV te verrekenen verliezen uit Nederlands inkomen; artikel 7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Het Nederlandse inkomen is het gezamenlijke bedrag van: a.de belastbare winst uit een in Nederland gedreven onderneming, zijnde het bedrag van de gezamenlijke voordelen die worden verkregen uit een onderneming die, of een gedeelte van een onderneming dat wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting in Nederland of van een vaste vertegenwoordiger in Nederland (Nederlandse onderneming); b.het belastbare inkomen uit een aanmerkelijk belang in de zin van hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in een in Nederland gevestigde vennootschap, niet zijnde een vrijgestelde beleggingsinstelling, indien de belastingplichtige het aanmerkelijk belang houdt met als hoofddoel of een van de hoofddoelen om de heffing van inkomstenbelasting bij een ander te ontgaan en er sprake is van een kunstmatige constructie of transactie of reeks van constructies of samenstel van transacties waarbij: 1°. een constructie of transactie uit verscheidene stappen of onderdelen kan bestaan; 2°. een constructie of transactie of reeks van constructies of samenstel van transacties als kunstmatig wordt beschouwd voor zover zij, onderscheidenlijk het, niet is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen; c.de belastbare winst van een op Aruba, Curaçao of Sint Maarten gevestigd lichaam voor zover die wordt behaald uit een op de BES eilanden gedreven onderneming met behulp van een vaste inrichting of een vaste vertegenwoordiger op de BES eilanden en die vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger op basis van artikel 5.2 van de Belastingwet BES voor de toepassing van de opbrengstbelasting als bedoeld in hoofdstuk V van de Belastingwet BES niet op de BES eilanden maar in Nederland zou zijn gevestigd indien de vaste inrichting een lichaam zou zijn geweest of de activiteiten van de vaste vertegenwoordiger in een lichaam zouden zijn ondergebracht.

  4. 4

    Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel b, is afdeling 4.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Indien aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden wordt voldaan, wordt voor de toepassing van het derde lid, onderdeel b, tenzij de inspecteur het tegendeel aannemelijk maakt, de belastingplichtige geacht het aanmerkelijk belang niet te houden met als hoofddoel of een van de hoofddoelen om de heffing van inkomstenbelasting bij een ander te ontgaan en wordt geacht sprake te zijn van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Indien niet aan de voorwaarden, bedoeld in de eerste zin, wordt voldaan, dient de belastingplichtige aannemelijk te maken dat: a.het aanmerkelijk belang niet wordt gehouden met als hoofddoel of een van de hoofddoelen om de heffing van belasting bij een ander te ontgaan; of b.sprake is van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:828Parket bij de Hoge Raad, 23 augustus 2024 (belastingrecht)

    Stichting Particulier Fonds gevestigd op Curaçao die vastgoed houdt in Nederland. Buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting? Wat is de reikwijdte van het APV-regime (art. 2.14a Wet…

  • ECLI:NL:HR:2024:706Hoge Raad, 17 mei 2024 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting; art. 7 en art. 25, lid 4, Belastingverdrag Nederland - Frankrijk; art. 9, lid 1, aanhef en letter d, Wet Vpb.

  • ECLI:NL:PHR:2023:701Parket bij de Hoge Raad, 28 juli 2023 (belastingrecht)

    Art. 17(3)(b) Vpb; art. 22 BRNV; LGO-Besluit 2013; Curaçaose persoonlijke holdings (belanghebbenden) houden a.b. in Nederlandse familie-BV die belang in onderneming in 2015 verkoopt en de opbrengst…

  • ECLI:NL:PHR:2023:572Parket bij de Hoge Raad, 26 mei 2023 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 26 mei 2023 met de rolnummers 22/02691, ECLI:NL:PHR:2023:541 en 22/02695, ECLI:NL:PHR:2023:540.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1277Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 mei 2026 (belastingrecht)

    Technische ab-regeling van artikel 17, lid 3, aanhef en letter b, Wet Vpb 1969. Misbruik van Unierecht? Belanghebbende, een naar Luxemburgs recht opgerichte S.A., gevestigd in Luxemburg, ontving in…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:2200Gerechtshof Den Haag, 19 oktober 2022 (belastingrecht)

    Artikel 17, lid 3, letter b, Wet Vpb 1969; artikel 10, lid 8, BRNC. Aanslag Vpb 2016. Bewijslastverdeling. Belanghebbende voldoet in beginsel aan de subjectieve toets en de objectieve toets…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:2201Gerechtshof Den Haag, 19 oktober 2022 (belastingrecht)

    Artikel 17, lid 3, letter b, Wet Vpb 1969; artikel 10, lid 8, BRNC. Aanslag Vpb 2016. Bewijslastverdeling. Belanghebbende voldoet in beginsel aan de subjectieve toets en de objectieve toets…

  • ECLI:NL:GHARL:2019:4322Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 mei 2019 (belastingrecht)

    Aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende, een Ltd, in Nederland is gevestigd in de jaren 2008 tot en met 2011. Voor de jaren 2012, 2013 en 2014 is dit niet aannemelijk gemaakt. Alleen omkering en…

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.