Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Vpb

Huidige tekst

Artikel 6 Vpb

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, en artikel 3, derde lid, onderdeel b, zijn met betrekking tot een jaar van de belasting vrijgesteld, indien de winst van het jaar – opgevat overeenkomstig hoofdstuk II van deze wet met uitzondering van artikel 9a en artikel 12 – niet meer bedraagt dan € 15 000, dan wel van het jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren tezamen niet meer bedraagt dan € 75 000. Indien in een jaar verlies geleden wordt, wordt de winst voor dat jaar gesteld op nihil.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van lichamen die een werkzaamheid verrichten als bedoeld in artikel 4, onderdeel b.

  3. 3

    Op een uiterlijk gelijktijdig met de aangifte gedaan verzoek van een lichaam bepaalt de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking dat dit lichaam, in afwijking van het eerste lid, niet van de belasting is vrijgesteld.

  4. 4

    Bij inwilliging van het verzoek, bedoeld in het derde lid, geldt dit tot wederopzegging door het lichaam, waarbij wederopzegging alleen mogelijk is met ingang van het vijfde jaar of een veelvoud daarvan na het einde van het jaar waarvoor het verzoek voor het eerst is ingewilligd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:853Parket bij de Hoge Raad, 28 september 2020 (belastingrecht)

    Subjectieve vrijstelling van nijvere verenigingen en stichtingen met bescheiden winsten (art. 6(1) Wet Vpb: niet hoger dan € 15.000 in het jaar of niet hoger dan € 75.000 over laatste 5 jaar…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1315Parket bij de Hoge Raad, 23 november 2018 (belastingrecht)

    Teruggaaf van dividendbelasting ex art. 10 Wet Divbel aan een Schotse trust, in het VK onderworpen maar zonder rechtspersoonlijkheid, die Nederlands dividend geniet? Opbrengstgerechtigd of…

  • ECLI:NL:PHR:2016:785Parket bij de Hoge Raad, 28 juli 2016 (belastingrecht)

    In geschil is of belanghebbende is aan te merken als een algemeen nut beogende instelling, een anbi. In dit stadium van de procedure gaat het met name om de vraag of door de activiteiten van…

  • ECLI:NL:PHR:2016:444Parket bij de Hoge Raad, 26 mei 2016 (belastingrecht)

    Belanghebbende is opgericht op 3 oktober 1983. Ingevolge haar statuten heeft belanghebbende ten doel het uitgeven van een nieuwsblad en het bevorderen van andere publiciteit ten dienste van het…

  • ECLI:NL:RBNNE:2021:2447Rechtbank Noord-Nederland, 18 juni 2021 (belastingrecht)

    Eiseres drijft een onderneming in de vorm van een stichting. Sinds 2006 doet zij jaarlijks aangifte voor de Vpb. Op basis van artikel 6 lid 1 Vpb is een stichting van Vpb vrijgesteld indien de winst…

  • ECLI:NL:RBZWB:2016:2386Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 april 2016 (belastingrecht)

    Blh is – met zijn medebestuurders - aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen OB van een Stichting. Voor 2011 acht de rechtbank dat terecht: de Stichting was Vpb-plichtig, de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2016:2387Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 april 2016 (belastingrecht)

    Blh is – met zijn medebestuurders - aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen OB van een Stichting. Voor 2011 acht de rechtbank dat terecht: de Stichting was Vpb-plichtig, de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2016:2388Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 april 2016 (belastingrecht)

    Blh is – met zijn medebestuurders - aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen OB van een Stichting. Voor 2011 acht de rechtbank dat terecht: de Stichting was Vpb-plichtig, de…

24 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.