Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Vpb

Huidige tekst

Artikel 15a Vpb

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Van een centrale maatschappij en haar ledenmaatschappijen wordt, op verzoek van al deze belastingplichtigen en ten vroegste met ingang van het jaar waarin het verzoek is ingediend, de belasting van hen geheven alsof er één belastingplichtige is, in die zin dat de werkzaamheden en het vermogen van de ledenmaatschappijen deel uitmaken van de werkzaamheden en het vermogen van de centrale maatschappij. De belasting wordt geheven bij de centrale maatschappij. De belastingplichtigen tezamen worden in dat geval aangemerkt als fiscale eenheid.

  2. 2

    Het eerste lid vindt slechts toepassing zo lang: a.de werkzaamheden van de ledenmaatschappijen plaatsvinden onder leiding van de centrale maatschappij; b.de werkzaamheden van de maatschappijen elkaar over en weer aangaan, met dien verstande dat de maatschappijen in ieder geval onderling instaan voor elkaars schulden; c.winstuitdelingen aan de leden van de ledenmaatschappijen plaatsvinden naar een gelijke maatstaf; d.de tijdvakken waarover de belasting wordt geheven voor de maatschappijen samenvallen; e.de door Onze Minister nader te stellen voorwaarden zijn vervuld.

  3. 3

    De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking, waarin de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde voorwaarden zijn opgenomen.

  4. 4

    Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval voor het bepalen van de winst niet bij de maatschappijen dezelfde bepalingen – uitgezonderd artikel 9, eerste lid, onderdeel f – van toepassing zijn, tenzij Onze Minister anders bepaalt.

  5. 5

    De in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde voorwaarden kunnen strekken tot de verzekering van de heffing en invordering van de belasting met het oog op de omstandigheid dat de in het eerste lid bedoelde belastingplichtigen voor de toepassing van deze wet een fiscale eenheid vormen alsmede met het oog op de totstandkoming en beëindiging van de fiscale eenheid. Onder die voorwaarden worden mede begrepen voorwaarden die betrekking kunnen hebben op het bepalen van de in een jaar genoten winst, de toelaatbare reserves, de verrekening van verliezen, de verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten en de inhoud en wijziging van de statuten van de maatschappijen alsmede de overdracht en beëindiging van lidmaatschapsrechten in de centrale maatschappij.

  6. 6

    Indien de ledenmaatschappijen deel uitmaken van een fiscale eenheid met een centrale maatschappij vindt met betrekking tot die centrale maatschappij artikel 9, eerste lid, onderdeel f, geen toepassing.

  7. 7

    Artikel 15, veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  8. 8

    Dit artikel verstaat onder: a.centrale maatschappij: een in Nederland gevestigde coöperatie waarvan de leden uitsluitend zijn in Nederland gevestigde coöperaties; b.ledenmaatschappijen: de leden van een centrale maatschappij.

  9. 9

    Dit artikel is op overeenkomstige wijze van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen.

  10. 10

    Het bepaalde in artikel 15ac, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2017:2627Hoge Raad, 13 oktober 2017 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) . Belastingrecht. Faillissementsrecht. Bevoegdheid Ontvanger tot verrekening op grond van art. 24 lid 1 Invorderingswet 1990 in faillissement fiscale eenheid.…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1056Parket bij de Hoge Raad, 31 juli 2017 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) . Belastingrecht. Faillissementsrecht. Bevoegdheid Ontvanger tot verrekening op grond van art. 24 lid 1 Invorderingswet 1990 in faillissement fiscale eenheid.…

  • ECLI:NL:PHR:2014:2111Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2014 (civiel recht)

    Invorderingswet 1990; art. 54. Naheffingsaanslag dochtervennootschap, die door Ontvanger in verrekening is gebracht met teruggaaf aan moedervennootschap, wordt na in beroep bereikt compromis op een…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AP1431Parket bij de Hoge Raad, 29 oktober 2004 (civiel recht)

    29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/155HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. A.H. Vermeulen, t e g…

  • ECLI:NL:CBB:2020:1015College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 december 2020 (bestuursrecht)

    Wva, S&O-correctie, uitgaven zijn niet door de inhoudingsplichtige gedaan, maar door een zustermaatschappij die geen fiscale eenheid vormt met appellante. Beroep op evenredigheidsbeginsel slaagt niet.

  • ECLI:NL:RBGEL:2019:4876Rechtbank Gelderland, 1 november 2019 (civiel recht)

    Verrekening bij een fiscale eenheid op de voet van art. 24 Invorderingswet. De belastingschuld van de failliete vennootschap wordt verrekend met een later onverschuldigd gebleken aanslag…

  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4713Rechtbank Gelderland, 25 augustus 2016 (belastingrecht)

    Eiseres, die deel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, is op grond van artikel 39 van de Invorderingswet aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven aanslagen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4714Rechtbank Gelderland, 25 augustus 2016 (belastingrecht)

    Eiseres, die deel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, is op grond van artikel 39 van de Invorderingswet aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven aanslagen…

18 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.