Wet op de rechtsbijstand

WRB

Huidige tekst

Artikel 43 WRB

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    In de gevallen waarin krachtens een wettelijk voorschrift in het Wetboek van Strafrecht of het Wetboek van Strafvordering voor een verdachte, veroordeelde of gewezen verdachte een raadsman door het bestuur wordt aangewezen of op last van de rechter door het bestuur wordt toegevoegd, is deze bijstand kosteloos, onverminderd het derde lid. De eerste volzin is niet van toepassing op de bijstand die door een aangewezen raadsman wordt verleend tijdens het in artikel 28d van het Wetboek van Strafvordering bedoelde verhoor van een verdachte van een strafbaar feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten.

  2. 2

    Het eerste lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op rechtsbijstand bedoeld in: a.de artikelen 24, derde lid, en 45a, tweede en derde lid, van de Uitleveringswet; b.artikel 100 van de Vreemdelingenwet 2000; c.artikel 65, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet; d.artikel 70, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; e.de artikelen 52, derde lid, en 64, tweede en derde lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen; f.de artikelen 1:7, eerste en tweede lid van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; g.artikel 62, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden; h.artikel 5 van de Wet tijdelijk huisverbod; i.artikel 38, derde lid, en 56d, zesde lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten; j.de artikelen 24, derde lid, en 43a, tweede en derde lid, van de Overleveringswet; k.de artikelen 2:19, zesde lid, 2:20, tweede lid, en 2:27, vijfde lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.

  3. 3

    Indien een raadsman is aangewezen krachtens artikel 39, 40 of 41 van het Wetboek van Strafvordering en indien de uitspraak tegen de veroordeelde onherroepelijk is geworden, kan het bestuur het bedrag ter hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 37, vorderen van de veroordeelde wiens financiële draagkracht de in artikel 34 genoemde bedragen overschrijdt. Omtrent de verplichting tot betaling door de veroordeelde zijn de artikelen 25, derde tot en met vijfde lid, 34a, 34b, 34c en 34d van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «de rechtzoekende» steeds wordt verstaan: de veroordeelde. Bij gebreke van volledige betaling kan het bestuur na een aanmaning als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht het bedrag invorderen bij dwangbevel als bedoeld in artikel 4:114 van de Algemene wet bestuursrecht.

  4. 4

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het derde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:996Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr) van medewerker jeugdzorginstelling waar verdachte verbleef. Verweer strekkende tot strafvermindering i.v.m.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:304Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Poging tot zware mishandeling en bedreiging. M1 klaagt over verwerping van 359a Sv-verweer en stelt vraag aan de orde of de niet-aangehouden verdachte recht had op kosteloze…

  • ECLI:NL:HR:2026:426Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Diefstal van fopspeen uit supermarkt, art. 310 Sr. Beroep op bewijsuitsluiting t.a.v. bij politie afgelegde verklaring van verdachte, nu als kwetsbaar aan te merken verdachte voorafgaand aan en…

  • ECLI:NL:PHR:2026:198Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2026 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand na afwijzing van vordering tenuitvoerlegging vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:827Gerechtshof Amsterdam, 26 maart 2026 (strafrecht)

    Bewezenverklaring medeplegen van openlijke geweldpleging, belediging van ambtenaren, vernieling en verduistering. Bewijsoverweging met betrekking tot de openlijke geweldpleging en de betrouwbaarheid…

  • ECLI:NL:RVS:2025:3550Raad van State, 30 juli 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand vastgesteld dat [appellant] met terugwerkende kracht geen recht heeft op vergoeding van de kosten voor de…

  • ECLI:NL:PHR:2025:660Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2025 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Schadevergoeding op grond van art. 10:11 Wvggz of art. 10:12 Wvggz. Hoger beroep of cassatie. Vergoeding kosten van rechtsbijstand. Toevoeging.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:7798Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 december 2024 (strafprocesrecht)

    Artikel 285 en 302 Sr. Bevestiging van het vonnis van de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde en vernietiging ten aanzien van de strafoplegging. Het verweer van de verdediging, dat sprake…

30 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.