Wet op de rechtsbijstand

WRB

Huidige tekst

Artikel 34f WRB

Geldt sinds 1 juli 2010

  1. 1

    De rechtzoekende is het bedrag dat in het kader van de verlening van rechtsbijstand door het bestuur is betaald aan de rechtsbijstandverlener verschuldigd aan het bestuur, indien de rechtzoekende op grond van het besluit, bedoeld in artikel 34d, eerste lid, geen recht heeft op de verlening van rechtsbijstand.

  2. 2

    Het bestuur vordert het bedrag, bedoeld in het eerste lid, van de rechtzoekende, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.

  3. 3

    Bij het vaststellen van de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald, houdt het bestuur rekening met de draagkracht van de rechtzoekende.

  4. 4

    Bij gebreke van volledige betaling kan het bestuur na een aanmaning als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht invorderen bij dwangbevel als bedoeld in artikel 4:114 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:72Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Consumentenrecht. Overeenkomst tussen advocaat en cliënt vernietigd wegens dwaling over mogelijkheid gefinancierde rechtsbijstand. Zou toevoeging zijn ingetrokken o.g.v. 34g lid…

  • ECLI:NL:RVS:2025:4135Raad van State, 27 augustus 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 maart 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vastgestelde vergoeding voor de toevoeging aan [wederpartij] met het kenmerk 1HX4633 ingetrokken en het aan zijn…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:1504Rechtbank Noord-Nederland, 25 april 2025 (bestuursrecht)

    Eiseres heeft geen bezwaar gemaakt tegen het besluit waarin haar toevoeging wordt ingetrokken. Zij zegt dat zij het besluit niet heeft ontvangen. Het is volgens haar niet naar het juiste adres…

  • ECLI:NL:RVS:2024:4160Raad van State, 16 oktober 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 maart 2021 heeft et bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken. Op 25 januari 2018 heeft Van Damme namens [appellante] bij de raad…

  • ECLI:NL:RVS:2024:3865Raad van State, 25 september 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verleende toevoeging voor rechtsbijstand ingetrokken. [appellante] is tijdens haar…

  • ECLI:NL:RVS:2024:2582Raad van State, 26 juni 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 11 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand van [appellante] de eerder door de raad betaalde kosten gevorderd voor de bijstand van [partij] in een…

  • ECLI:NL:RVS:2024:2584Raad van State, 26 juni 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellante] verleende toevoeging met kenmerk 3KG1917 met terugwerkende kracht ingetrokken. [appellante] is bij…

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:2150Rechtbank Oost-Brabant, 11 mei 2023 (bestuursprocesrecht)

    Artikel 43, derde lid, van de Wrb is een bevoegdheid en geen verplichting en de Raad zal moeten beoordelen of terugvordering evenredig is. Dit vereist een onderzoek naar de omstandigheden van het…

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.